Ambrozijn stelt haar album Krakalin voor op 7 februari in het Gravensteen in
Gent en Gabriël Yacoub (die weer producer was) komt in het voorprogramma solo
zingen. 9 Februari is er een cd-voorstelling in Brussel.
Aan het album werkten gastmuzikanten mee als Arne Van Dongen op
bas, Aurélie Dorzée op viool, Stephan Pougin op
percussie en Vera Coomans die de backing vocals voor haar
rekening neemt. Het album ligt in het verlengde van Ambrozijns vorige cd Botsjeribo met
meest Tom Theuns-songs, naast een Rum-achtige polka en enkele Vandenabeele-nummers.
Vaak blijft de studio-opname dicht bij de live-uitvoering zoals Wim
Claeys (diatonische accordeon), Tom Theuns (gitaar,
zang) en Wouter Vandenabeele (viool) die de afgelopen maanden
op de podia zette. Het streven was dat live-gevoel op cd te laten overkomen.
Ergens aan een rivier. Krakalin, de stad van je dromen. en in zijn haven spoelen
romances, nachtmerries, visionaire illusies, vluchtende bruidegommen, vreemde
sektes, gebroken harten, kisten vuurwerk en zeemansverhalen aan .
Wederom bijgestaan door alchemist Gabriel Yacoub en bezwerend vocaal ondersteund
door Vera Coomans heeft Ambrozijn zijn zesde godendrank gebrouwen en laat hierbij
weer alle hoeken van zijn imaginaire folkkamer zien.
Quelque part au bord d'une rivière. Krakalin, la ville de vos rêves. et dans
son port, des romances, des cauchemars, des illusions visionnaires, des époux
qui s'enfuient, des sectes bizarres, des c½urs brisés, des coffres de feux
d'artifices et des histoires de marins qui échouent.
Cette fois encore, assisté par l'alchimiste Gabriel Yacoub et soutenu par la
voix envoûtante de Vera Coomans , Ambrozijn a brassé sa sixième boisson des
dieux pour nous emmener aux confins de leur musique imaginaire .
Krakalin, the new record from Ambrozijn has arrived. With a helping hand from
alchemist Gabriel Yacoub (malicorne) and a haunting vocal support by Vera Coomans,
they will let you taste their sixth brew, showing every possible corner of
their imaginary folk world.
Singing songs in three languages, Tom Theuns, singer/composer/guitar player,
comments:
"Somewhere by the side of a river. Krakalin, the city you've always dreamed
about.where romances, nightmares, visionary illusions, runaway grooms, strange
sects, broken hearts, boxes of fireworks and stories of brave sailors are washed
upon its shore"
In the next few months, krakalin will be presented live with Vera Coomans included
in the line-up. They're kicking off on the 7th of February in Ghent's castle,
the Gravensteen with Gabriel Yacoub as a support act!
Live-gevoel op Ambrozijns Krakalin
Ik zou ze de kost niet willen geven, de groepen die na tien jaar hun muziek
met bladgoud en galm opleuken om een breder publiek te pleasen. Nee, daar hoef
je bij Ambrozijn niet bang voor te zijn. Deze Vlaamse topgroep doet concessieloos
hun eigen ding. Dat gebeurt op hun zesde album Krakalin opnieuw oprecht én
knap. Dat ze daarmee liefhebbers van spannende muziek aan zich binden, is voor
hen mooi meegenomen. De discussie die ze met hun eigengereidheid losweken,
zullen ze vanaf de zijkant geamuseerd volgen.
Na het vertrek van zanger Ludo Vandeau maakten oorstrelende Franse of oud-Nederlandse
ballades bij het resterende trio Wouter Vandenabeele (viool), Wim Claeys (diatonische
accordeon) en Tom Theuns (zang en gitaren) plaats voor een wijdere blik met
een opmerkelijke aandacht voor Angelsaksisch getinte songs in folky arrangementen.
Krakalin laat nu nóg meer een mengeling van stijlen horen, van gypsie tot cajun,
van Frans chanson tot tango. Opmerkelijk: drie van de elf nummers zijn in het
Nederlands, of meer nog Antwerps. Twee nummers zijn instrumentaal. Alle negen
songs zijn van de hand van Tom Theuns.
Waar in de singer-songwriters aanpak op hun vorige album Botsjeribo de akoestische
gitaar nogal eens kleurbepalend was, is dat nu meer het samenspel tussen een
bewogen viool, romantische of stomende accordeon en begeleidende gitaar. Het
wekt soms de indruk van een live opgenomen concert, hetgeen wordt onderstreept
door dynamische percussie en contrabas van gastmuzikanten Stephan Pougin en
Arne van Dongen. En dan is er natuurlijk de opzienbarende zang van Tom Theuns
vocaal ondersteund door Vlaanderens eerste folkvrouwe Vera Coomans. In de samenzang
is de hand van producer Gabriel Yacoub herkenbaar.
Ambrozijns muziek groeit in diversiteit. Wat de drie muzikanten in hun andere
projecten ervaren nemen ze mee naar Ambrozijn. In het nummer 'Joséphine' herken
je het 'klassieke' van de Olla Vogala-violist, 'Kuifje in Bergom' toont de
dansbare accordeon uit Tref en in 'Sur la rive gauche' hoor je de stem als
extra instrument zoals in de groep Aurélia.
Tom Theuns zingt theatraal. Hij zal er ongetwijfeld mee tegen haren instrijken.
Soms klinkt een mooie warme stem, maar zeker ook 'n theatrale, geforceerd hees,
met een geknepen keel, of met kopstem. Die kunstzinnige vocalen bemoeilijken
de verstaanbaarheid, maar werken sfeerverhogend en verschaffen Ambrozijn een
nóg uitgesprokener identiteit.
Bovendien staat die stemacrobatiek van Theuns steeds in functie van de tekst.
Het titelnummer 'Krakalin' vormt een goed voorbeeld van functionele stembuigingen.
Eerst klinkt zijn stem mooi donker en rustig als hij de situatie schetst van
de man van Krakalin die zijn lief mist. Het gevoel is duidelijk, de hartverscheurende
viool laat geen vragen. In het middenstuk, nadat viool en accordeon de romantische
herinneringen terughalen, barst hij met van tranen aangedane stem vertwijfeld
uit: "waar zijt ge nu Stragania. Naar waar zijt gij toch gegaan?", om dan met
kopstem zijn verdriet uit te huilen. Als hij uiteindelijk berust en droomt
dat hij met haar danst, klinkt zijn stem breekbaar in duet met de warme verzachtende
balsem van Vera Coomans.
Poëtisch en vaak cryptisch verhalen de songs over heimwee en verlangen, over
de liefde, of eerder 'n verloren liefde. Een enkele keer recht toe recht aan
(tip: een ijzerzaag als alternatief voor de verloren sleutel van de kuisheidsriem),
een andere keer ongrijpbaar (zijn Karabiezen sturende stemmetjes in je hoofd?).
Het album groeit in zijn afwisseling. Het verveelt geen moment.
Oost-Europa en de Balkan zijn in de eerste twee nummers niet ver weg. Krakalin
is gegoten in een tango, het vrolijke Karabiezen swingt met gedreven percussie
de pan uit. Het deinend Frans chanson 'L 'Avion' kan zo vanuit de rokerige
Parijse kroeg het theater in. 'Près d'un Cerisier' is gevoelig doordesemd van
de Quebeq-sfeer waarbij de cajun-zwier in de juiste handen is bij zo'n bedreven
violist én accordeonist. De song 'How far we are near' haakt nog het meest
aan bij de Angelsaksische teneur van het vorige album met beatlesque strijkarrangement
en samenzang. De fiddle in de uptempo song 'Down in Sulamonia' vindt zijn inspiratie
ergens tussen Griekenland en Turkije, alsook de snaren en de percussie op bendir.
In het rustige instrumentale 'Kuifje in Bergom' ontdekt Kuifje Claeys diverse
maatsoorten en kleuren uit ondermeer Ierland en Scandinavië. 'Na tien jaar
lukt het ons iets in zevenachtste te spelen', grapt hij hierover tijdens de
cd-presentatie. 'Sur la rive gauche' is een prachtig thema gecomponeerd door
Vandenabeele waarin de kopstem van Theuns vervreemdend werkt. In het verhalende
'Matroos' (die van de kuisheidsriem) wordt het traditionele dynamische idioom,
compleet met stomende accordeon en verrassend opduikende dobro, versterkt door
een alsmaar terugkerend 'traladediedeladio'.
Als donderslag bij heldere hemel is daar opeens een gouden Amerikaans rootsy
duet van Theuns met Vera Coomans; 'Sometimes it's gold' is passend sober gearrangeerd
met gitaar en contrabas. Toch jammer dat op de cd-versie het intermezzootje
op country-fiddle ontbreekt, dat Vandenabeele er bezield invlocht tijdens de
cd-presentatie. Als afsluiter kent het album een indringend gedragen thema
van Vandenabeele, geheel instrumentaal met sprankelende gitaar, donkere ondersteunende
accordeon en bewogen viool.
Krakalin groeit na elke draaibeurt!
Ambrozijn nam op zijn vorige plaat afscheid van zanger Ludo Van Deau, waardoor
gitarist Tom Theuns zo'n beetje de stuurfunctie overnam. Waar Ambrozijn bekend
werd met Vlaams-Franse muziek, schakelde Theuns vrij radicaal over naar songs
in de Britse folkstijl. Te radicaal voor de fans wellicht.
Op het zesde album, Krakalin , is er meer evenwicht tussen Engelse, Franse
en Nederlandse liederen. Dit is veel meer een songplaat dan de vroegere Ambrozijn-albums,
die te veel pendelden tussen dansmuziek en songs. De grote troef van dit trio
blijft echter het samenspel van viool, accordeon en gitaar (met wat aanvullende
zang en strijkers). Het is een ongenaakbaar geheel.
De groep ontwikkelt dit keer ook de samenzang sterk, wellicht onder impuls
van de excellente producer Gabriel Yacoub. Wanneer alles in elkaar haakt, zoals
in ,,L'avion'' en ,,Près d'un cérisier'', en ,,Down in Sulomonia'', bereikt
Ambrozijn een voor Vlaanderen ongehoorde kwaliteit. Wel is het even wennen
aan de falsetto die Tom Theuns uit de kast haalt. Maar het illustreert nog
maar eens dat Ambrozijn constant evolueert.
Ambrozijn meer dan folkgroep
(tijd) - Ambrozijn toert met zijn jongste cd, 'Krakalin', door Vlaanderen.
Het trio is in het folkmilieu al jarenlang een bekende naam, maar is toch meer
dan een folkgroep. Ambrozijn zingt afwisselend in het Nederlands, Engels en
Frans. Eigen composities gaan hand in hand met avontuurlijk bewerkte traditionals.
Het trio brengt muziek zonder grenzen, die in een veelheid aan stijlen toch
een eenheid uitstraalt.
Tom Theuns (zang, gitaar), Wouter Vandenabeele (viool, mandoline) en Wim Claeys
(diatonische accordeon) maakten in de tien jaar dat ze samen musiceren een
evolutie door, en dat is te horen aan de eigen composities op hun zesde cd.
'In het begin zochten we naar traditionele melodieën en liederen die we dan
naar eigen smaak bewerkten', licht Theuns toe. 'Maar de drang om zelf te componeren
werd veel te groot.'
De eerste cd van Ambrozijn in 1998 kreeg ook over de landsgrenzen lovende kritiek.
Voor 'Naradie' (2000) bood de platenfirma Virgin de groep een contract aan.
Er ontstonden ook nevenprojecten, zoals het populaire Balbrozijn, dat menig
boombal - een soort folkfuif - van een soundtrack voorzag. Zanger en luitspeler
Paul Rans vervoegde de gelederen voor 'De Hertog van Brunswyk' en ook Ludo
Vandeau nam een vocale hoofdrol op zich. Tot Vandeau de groep verliet en Ambrozijn
terugkeerde naar de trio-essentie, die het makkelijker maakte met gastmuzikanten
te werken.
Prikkelend
Die focus op drie goed op elkaar ingespeelde muzikanten werpt zijn vruchten
ook af op 'Krakalin'. Ambrozijn heeft nog nooit zo ongrijpbaar, prikkelend
en veelzijdig geklonken. 'Ergens aan de rivier ligt Krakalin, de stad van je
dromen', zegt Tom Theuns over de cd. 'En in haar haven spoelen romances, nachtmerries,
visionaire illusies, vluchtende bruidegoms, vreemde sektes, gebroken harten,
kisten vuurwerk en zeemansverhalen aan.' En zo klinkt het ook.
Gabriel Yacoub produceert de cd opnieuw en Vera Coomans - die de groep ook
op tournee vergezelt - drapeert haar warme, doorleefde stemgeluid over heel
wat nummers. Samen met een prima zingende Theuns zorgt ze voor rijke vocalen,
terwijl ook percussionist Stephan Pougin en contrabassist Arne Van Dongen bijdragen
tot het klankbeeld. De titelsong brengt - dankzij de accordeonist Ronny Verbiest
- het traditionele tangogevoel overtuigend naar buiten.
This small, artist run label is producing some exciting new routes/roots. This
small selection of CDs represents some of Belgium's best folk musicians as
well as some bright young new lights.
This Belgian ensemble is a house favorite and this 2006 release is as good
as what has come before. using true roots and lots of innovation, this acoustic
ensemble of Tom Theuns (guitar, vocals), Wim Claeys (diatonic accordion) and
Wouter Vandenabeele (violin) is always vibrant and always exploring the bondaries
of their tradition. Tom Theuns says: 'Somewhere by the side of a river, Krakalin,
the city you've always dreamed about, where romances, nightmares, visionary
illusions, runaway grooms, strange sects, broken hearts, boxes of fireworks
and stories of brave sailors are washed upon its shore.'
Gabriël Yacoub en Ambrozijn doen het Gravensteen trillen op zijn grondvesten...
(Concertverslag)
... of over hoe een handvol muzikanten mensen kan doen vergeten van welke planeet
ze afkomstig zijn !!!
Recept voor een geslaagde betoverende avond: u neme ene gravenkasteel, ene
playmobielenkasteel, ene Franstalige zanger, drei Vlaamsche muziekanten, ene
Vlaamsche zangeressse, ene spiksplinternieuwe cd, ene handvolle verlichtinge
en geluiden en bijhorende meneren, ene bar met lekkere drankjes en toffe obers
en obsters, twee gebroeders beschikkend over organisatorische talenten en ene
meute gegadigden.
Vervolgens neme u enen grooten ketel. Ontdoe de ingrediënten van hun mantel
zodat ze in al hun eenvoud en puurheid naar voor kunnen komen en gooi deze
allen tope tegare in dezen ketel. Vervolgens voege u een beetje kruiden naar
smaak toe. Goed roeren et voilà, ik verzeker u: een onvergetelijke avond wordt
geserveerd.
Allé, zo ervoer ik gisterenavond althans. Wie mij wil tegenspreken doe dit
hier en nu of zwijg voor eeuwig en altijd!!
Een concertje in het Gravensteen, 't was eens iets anders.
Veel inkleding behoefde de zaal niet, al had Wouter Vandenabeele er, samen
met Thirsa en Otto, voor gezorgd dat een playmobielenversie van het hele schouwspel
de geïmproviseerde toog sierde. Ik herkende niet enkel de leden van Ambrozijn,
ook een aantal gekende folkies maakten deel uit van de playmobielset.
Rond half 9 beklom Gabriël Yacoub het podium. Mensjes die de meneer in kwestie
kennen hoef ik niet te vertellen dat hij een schitterend voorprogramma speelde.
Met zijn diep warme stem, zijn prachtige gitaarspel en al even mooie nummers
bracht hij de hele zaal in vervoering. Wanneer ik mijn ogen sloot zag ik een
kruising tussen Ludo Van Deau en Tom Theuns, een schitterende stemcombinatie.
Met zijn 'the times, they are a changing', deed hij Bob Dylan meer dan een
grote eer aan. Nooit eerder zag ik een Franssprekend persoon zo mooi Engels
zingen. De overige set was van zijn hand. Het ene mooie Franse nummer na het
andere passeerde de revue, al moet ik eerlijkheidshalve bekennen niet erg vertrouwd
te zijn met Gabriëls muziek. Dus 'wat-heeft-hij-dan-allemaal-gezongen' moet
ik u helaas een beetje onthouden. Voor hen die Gabriël nooit eerder aan het
werk zagen kan ik enkel zeggen: 't is een grote meneer; zeker en vast het beluisteren
waard.'
Nadien was het de beurt aan de heren Wim Claeys, Tom Theuns en Wouter Vandenabeele
kortweg: Ambrozijn ofte 'die-drie-met-hun-eeuwig-durende-droge-lollen'. Met
de voorstelling van hun 6de kindje, Krakalin, zetten ze meteen toon met een
mix aan Nederlandstalige en Franstalige Chansons. Nummertjes over Karabiezen,
vliegtuigen (of waren het dan toch treinen?), liefde, Kuifje en de koude, vervulden
het kasteel van de Graaf van Vlaanderen in volle glorie en met een ontzettend
hartverwarmingsgehalte. Wim was trouwens overtuigd op de plaats te zitten alwaar
de Graaf hemzelve ooit zat. Tom en Wouter twijfelden. Ze dachten eerder aan
de gravin of de hofnar. Je merkt het meteen: Ambrozijn zonder de vertrouwde
dosis grapjes over hun fijne muziekjes gesprenkeld, zou Ambrozijn niet zijn.
Toms meeslepende gezangen werden meermaals versterkt door een klassestem van
een al even klasse dame: Vera Coomans. Geen wonder dat ik snel overtuigd raakte
van Krakalin.
Ik telde het aantal niet, maar Wim beweerde dat ze elk nieuw nummer speelden
en wie ben ik om Meneer Claeys tegen te spreken. Gelukkig hadden ze nog 16
bisnummers in petto. De 'reeelset' uit Botsjeribo, 'Fragment' uit Naradie,
'Belle Françoise' uit Kabonka en 'tous les amants' uit Ambrozijn (toch wel één
van mijn favoriete nummers), streden dapper om een beetje reclame voor het
vroegere werk van de heren; terecht en met succes.
Het concert werd afgerond met een beetje reclame rond hun bijna 10-jarig bestaan
en een reeks verjaardagsconcerten, met een heus strijkersorkest, in het vooruitzicht.
Tot slot volgden nog een aantal jigs die, naar mijn gedachten, nog lange zullen
nazinderen in de hoofden van Gravensteens kasteelgeesten.
U leest het: 't was weer eens de moeite waard om een luie zetel te laten voor
wat hij is: lui.
Ongrijpbare wereld.
Krakalin, de nieuwe cd van Ambrozijn klinkt als muziek uit een andere, ongrijpbare
wereld.
Het is een verzameling muzikale brokstukken die als een assemblage van aangespoeld
wrakhout het verhaal van een lange en vreemde reis vertellen. Met folk heeft
deze muziek vooral het instrumentarium gemeen, maar het gebruik ervan maakt
er dat eigensoortige Ambrozijn-idioom van. De teksten laveren tussen Frans
, Engels en een Nederlands dat door het woordgebruik en de zinswendingen vaak
exotischer aandoet dan welke vreemde taal ook. Geen achtergrondmuziek, alleen
aandachtige beluistering geeft alle finesses prijs.
I've always admired Tom Theuns talent on stage, in the rehearsal room and in
my radioshows because I never saw him play a song exactly the same twice, having
so many unique moments (like with the acid folk /folkrock band Dearest Companion,
with Dutch, mostly melancholic songs as Tom & Soetkin, ..) and tons of
creativity and ideas and new songs. As soon as he was graduated from Conservatorium,
Ambrozijn became his main project, and everything was even more serious. I
haven't followed his whole career, (too many other musical interests) but now
we have already a 6th release since then which is about time to check out the
evolution.
As had happened before Folk master Gabriel Yacoub (from the biggest classic
French folkrock band Malicorne & solo), who had become a good friend, produced
this Ambrozijn album also. His perfect production vision is surely noticeable,
even when the core is from the group themselves.
There is great variety in the songs as if the group tends to show deliberately
its variety, but the songs hang together very well. There are two songs sung
in Antwerp dialect (one of them an unknown, old song, which is so called as
a traditional), a few songs are in French (the group loves to go to France,
play there and discover the local folk), and one is in English. Also the voice
of Tom shows a great (improved) variety in colour and expression. None of the
songs go very deep into the emotions, except with some theatrical, artistic
purpose. There are a few returning themes (like the Antwerp songs which are
related to the harbour) but it seems as if they preferred to show more variety
with technical skil and an entertaining nature. The musical basis is of a more
folk styles interest without really belonging strictly to any particular style
or movement.
The song "Sur la rive gauche" for me has the richest emotionality with a beautifully
coloured voice. Vera Coomans is a guest on some songs and she almost stand
for that warm kind of melancholy. The great track, "How Far are we near" has
besides a vocal, a complete string arrangement by talented violinist Wouter
Vandenabeele. Third member is Wim Claeys, on diatonic accordion. There's also
some contribution on upright bass by Arne Van Dongen and percussion by Stephan
Pougin, which I found especially noticeable on "L'Avion". Most songs are relatively
short, and are played with fast or compact arrangements so much so that I hardly
got the time to notice all details after the first listen. I highly enjoyable
album.
PS. In 2002 they also worked together with Paul Rans, a renowned traditional
singer & lute play er for a project called the duke of Bruynswick or "De
Hertog Van Brunswyk", a medieval tale of 65 couplets, with an album I have
not heard yet.
Ambrozijn is binnen folkmiddens al jarenlang een degelijk huis van vertrouwen
dat met de release van de zesde cd "Krakalin" een nog steviger fundament krijgt
dan voorheen. Deze cd toont tevens op een overtuigende manier de evolutie aan
die het trio Tom Theuns (zang, gitaar), Wouter Vandenabeele (viool, mandoline
...) en Wim Claeys (diatonische accordeon) de laatste 10 jaar heeft afgelegd.
Het verschil met bijvoorbeeld "Naradie" uit 2000 is enorm, al was dat ook verre
van een slechte plaat. De kracht ligt nu in de hervonden trio-essentie na het
vertrek - zonder wrange nasmaak - van zanger Ludo Vandeau. Theuns voelt zich
prima als zanger en leeft zich volkomen in de gezongen materie in. Luister
maar eens naar het bluesy klinkende "Sometimes It's Gold". "Take this little
broken heart"
zingt hij en je neemt het met een snik aan. Ook de instrumentale vol weemoed
gestoken afsluiter
"Josephine" doet je nar een bakje troost grijpen, maar er kan evengoed gefeest
worden zoals op "How far we are near" dat eveneens een goede dosis aanstekelijke
oosterse mystiek en dito ritmes in zich heeft. Ambrozijn heeft nog nooit zo
ongrijpbaar, prikkelend als veelzijdig geklonken.
Gabriel Yacoub is opnieuw van de partij als producer terwijl Vera Coomans -
die de groep ook op tournee vergezelt - haar warme, doorleefde stemgeluid over
heel wat nummers drapeert. Samen met Theuns zorgt ze voor rijke vocalen die
de boeiende verhalen van de gepaste onderbruik voorzien en ook de bijdragen
van percussionist Stephan Pougin en contrabassist Arne Van Dongen zorgen voor
een klankbeeld waarin je als luisteraar kan ronddwalen zonder de drang naar
een tastbare uitweg te voelen.
Er wordt afwisselend in het Nederlands, Engels en Frans gezongen en eigen composities
wandelen zonder schaamterood hand in hand met avontuurlijk bewerkte traditionals.
Ga dit ook zeker live ontdekken.
Met hun 6de kindje scheert Ambrozijn ongetwijfeld hoge toppen in de folky hitparade...
(CD)
Dat Ambrozijn er, sinds Botsjeribo, een stijlbreuk op nahoudt, is oud nieuws.
Met Tom Theuns als zanger ontstond een nieuwe koers; eentje, naar mijn idee,
geknipt voor zijn diepe, ietwat rauwe stem. Ambrozijn is geëvolueerd van meer
traditionele folk naar een compleet eigen geluid. Sommigen noemen het meer
poppy. Ik weet niet. Laat ik het houden op een iets meer experimentele vorm,
minder traditioneel, minder braafjes. Anders, maar evengoed als voorgaand werk.
Ik ben fan van beiden, superfan.
Dit plaatje begint met een onverwoestbare tango, Krakalin, alsook de titelsong
van deze 6de, naar mijn gevoel, ijzersterke Ambrozijn CD. Meteen is de toon
gezet naar een mix van Nederlandstalige, Franstalige, Engelstalige en Antwerpstalige
nummers. Voor elk wat wils, dus.
Vanuit Krakalin zweven we met een vliegtuig langs een kerselaar maar niet zonder
heel dicht en toch zo veraf de karabiezen te passeren. We reizen naar Sulamonia
en belanden met Kuifje in Bergom. En ergens in dit verhaal passen nog een linkse
'rive', een matroos, ene deerne genaamd Josephine en goud, veeeeeeel goud.
U leest het: verhalen over de meest uiteenlopende en bizarre onderwerpen.
De meeste muziekjes zijn zowel qua tekst als melodie van Tom's hand, behalve
Kuifje in Bergom (Wim Claeys) en Josephine (Wouter Vandenabeele) en enkele
coöperatieven. Muzikaal zet Ambrozijn de Botsjeribo-koers verder: van tango
over herkenbare folkdansbare melodietjes tot Arabische invloeden en mooie luisterchansons
toe. Naast Tom's gezangen herkennen we ook geregeld de wondermooie, warme stem
van Vera Coomans. In 'Pré d'un cerisier' worden ze bovendien bijgestaan door
backing-vocals: Gabriël Yacoub en Pierre Léonard.
In vergelijking met Botsjeribo vind ik Toms stem erg veel gegroeid. Hij gaat
verfijnder te werk in zijn gezangen, kan gemakkelijker grotere toonladdersprongen
nemen en lijkt de rauwheid in zijn stem een beetje af te zwakken. Persoonlijk
vind ik dit een erg positieve evolutie. En zoals ik eerder schreef: Tom's klankkleur
past perfect bij de te varen koers. Het lijkt me geen dankbare taak om Ludo's
zangtaak over te nemen zonder commentaar te krijgen maar, hoezeer ook ik verliefd
ben op Ludo's stem, persoonlijk denk ik dat Tom's evolutie stemtechnisch er
best mag zijn en slaagt hij erin de juiste sfeer in elk nummer op te roepen.
Dat we hier te maken hebben met drie topmuzikanten hoef ik u vast en zeker
niet meer te vertellen. Elk nummer is af. Elk arrangement past zoals Assepoester's
muiltje paste. Solo's zijn perfect getimed en de gevoeligheid van de muzikantenvingers
brengt enorme intimiteit in elk nummer.
Ik ben ervan overtuigd dat ook Krakalin een voltreffer wordt. Mensen, verliefd
op hun vorige plaatje zullen dit vast en zeker ook kunnen smaken.
Het enige minpuntje, van mijn kant, is het cd-hoesje. Persoonlijk vind ik dit
veel te druk. De foto's op zich zijn erg mooi, maar de veelheid daaraan op
zo'n kleine oppervlakte is een beetje overdreven. Mocht ik Ambrozijn niet kennen,
ik zou me niet aangetrokken voelen tot dit plaatje en dat is toch wel erg belangrijk.
In de winkel zul je pas een niet gekende cd beluisteren wanneer je je voelt
aangetrokken door de prent op de voorkant.
In deze recensie lijkt dit minder relevant, want lezers kennen Ambrozijn ongetwijfeld.
Maar voor nieuwe gegadigden: indien u 't hoesje maar niets vindt, laat u niet
ontmoedigen want hetgeen op 't schijfje staat (en daar draait het per slot
van rekening toch om) is fantastisch... betoverend en sfeerbrengend in je huisje,
appartementje, op kot, op je werk,... Mijn rozen op tafel bloeien er in ieder
geval van open.
Ambrozijn se mettrait-il au klezmer? Du klezmer en flamand...Le violon de Wouter
Vandenabeele voltige, les percussions de Stephan Pougin installent une base
solide. Mais viennent deux chansons en français - on veut dire : de la chanson
française. Puis c'est l'anglais, avec des mélodies décalées vers les secondes
voix, et à nouveau les influences est-européennes. Tom Theuns chante d'une
manière volontairement neutre, et ses guitares construisent l'harmonie. Wim
Claeys, à l'accordéon diatonique est relativement discret dans l'ensemble.
Parmi toutes ces compositions, on relève le remarquable traitement du traditionnel "De
Matroos", qui commence par une longue cohabitation du chant avec le bourdon,
et qui évolue vers une suite d'accords avant de revenir à un bourdon bien puisé.
Arrivé à la fin du cd, on retiendra surtout l'esprit "chanson" qu'a
choisi Ambrozijn, dans un style cabaret de bon aloi.
Je kunt er niet onderuit: in de ruim tien jaar dat Ambrozijn bestaat, is de
groep tot de top gaan behoren van de hedendaagse folk. Dan hebben we het niet
alleen over de Vlaamse Folk, nee, we bedoelen het genre wereldwijd. Dat heeft
heel veel te maken met het feit dat Tom Theuns een fantastische gitarist is
en dat Wouter Vandenabeele op het vlak van vioolspel links en rechts wat grenzen
heeft verlegd. Diegenen die wel eens vaker onze schrijfseltjes lezen, weten
onderhand wel dat we een ronduit mateloze bewondering koesteren voor het accordeonspel
van Wim Claeys, zodat je mag verwachten dat wij een nieuwe Ambrozijn meer dan
gewillig tot ons nemen.
Wat blijkt echter? We hebben het moeilijk met Krakalin. Bijzonder moeilijk
zelfs. Niet omwille van het instrumentale gedeelte, maar omwille van het ronduit
lamentabele vocale werk. Oké, een Ludo Vandeau vervang je niet zomaar, maar
om dan maar meteen Tom Theuns tot zanger te bombarderen, dat vinden wij nu
eens een verkeerde keuze met grote 'V' en grote 'K'. Theuns zingt niet, hij
stamelt, wordt niet gehinderd door welke zanglijn dan ook en hij bedient zich
daarenboven van een taaltje dat werkelijk alle verbeelding tart.
Let op, ik behoor zeker niet tot de 'Antwerps'-haters, maar het namaak Bargoens
dat we hier te horen krijgen, daar staan in beschaafde landen gevangenisstraffen
op. Ik begrijp volkomen dat Radio 1 en de grote bladen de mantel der liefde
willen bovenhalen voor deze plaat, omwille van de verdiensten van Ambrozijn
tijdens het voorbije decennium. Ik weiger echter een vals gezongen nummer te
omschrijven als 'gewaagd en avontuurlijk'.
De Franse teksten lijden aan een overdosis Gabriel Yacoub (die opnieuw de productie
deed) en in het Engels probeert Theuns de 'Anthony & the Johnsons'-toer
op te gaan. Nu ja, ook daarvoor viel de verzamelde pers als één blok, terwijl
ik blijf zeggen dat ik 'het' niet hoor. Volgende keer een zanger inhuren of
een instrumentale plaat maken, heren.
Even dreigde Ambrozijn, net als het gevierde damestrio Laïs, als aanvoerder
van een nieuwe Vlaamse folkgarde een aantal jaar geleden op een groot platenlabel
door te breken. Dat dit niet gebeurde, is achteraf maar goed. Het tot trio
uitgedunde Gents/Antwerpse gezelschap kon op deze zesde langspeler - uitgebracht
door een bescheiden Waals label, maar onder de vertrouwde productionele leiding
van de Bretonse folkrocklegende Gabriel Yacoub - gewoon haar eigen ding doen.
Dit eigen ding bestaat dit keer uit opvallend weinig Keltische folk, maar meertalige
chanson en pop, van ingetogen Franstalige cajun tot volkse liederen in het
'Antwaarps', van mystieke Engelstalige pop tot country en een klassieke instrumentale
Ambrozijn-tune op accordeon-gitaar-viool als Kuifje in Bergom. Een groeiplaat
met vele gezichten met een belangrijke bijrol voor zangeres Vera Coomans, die
al een folkheld was toen de new folkies van Ambrozijn nog in de luiers liepen.
Ambrozijn, dat dit jaar zijn tienjarig bestaan viert, speelt 19 maart - met
Vera Coomans - in 't Boerderijtje in Haaren.
Gaat dat zien!
Ambrozijn, the Belgian trio of Tom Theuns, Wim Claeys, and Wouter Vandenabeele,
rejoin their now customary producer Gabriel Yacoub for their fifth recording,
Krakalin. It is an oddly varied musical experience. The instrumental prowess
is immediately evident and compelling, but the choice of material can be difficult,
even deliberately disturbing as in "Kuifje in Bergom." Theuns' vocals demand
acclimatization from the listener, and his lyrics are even more difficult to
conveniently categorize. And Ambrozijn challenges expectation in an even more
subversive fashion, by essaying popular French styles of the recent past as
in "l'Avion" and "Sur la Rive Gauche," avoiding tackiness and imbuing them
with sympathetic resonance.
The title track begins with a dark tango beat, quavering violin suggesting
Gypsies, Thom Theuns' vocal alternately whispered and rasped out through clenched
teeth, softening into tenderness when joined at the end by guest vocalist Vera
Coomans. While the instrumental performances are themselves riveting, the full
effect is complex and seductive, Tom Waits performing Weil reinterpreted by
Brel. "De Karabiezen" is refreshingly upbeat, bouncy Django-esque jazz with
fiddle and mandolin in lively collaboration. In "l'Avion," a dramatic art song,
Claeys' accordion supports a surprisingly warm vocal, with brief violin breaks
suggesting a carefree, vertiginous swirl with a hint of sadness. "Près d'un
Cerisier" is a lightly swaying accordion-based waltz, highly suggestive of
Cajun styles, and Theuns' husky baritone is emotional and even exciting as
it skates the very edge of falling off the melody. "How Far We Are
Near" finds Theuns at the upper register of his vocal range and smoother than
in other songs, backed by a string section. The lyrics, apparently about mortality,
impart an odd mixture of longing and whimsy, explicitly evoking stable contradictions.
On "Down in Sulamonia," my favorite song on Krakalin, hand percussion, violin,
accordion, and string bass impart a clearly Balkan tone. With a stuttering
beat and serpentine melodic figure, Theuns' vocal and skewed lyrics find the
perfect expression of simultaneous attraction and repulsion, beauty and danger. "Kuifje
in Bergom," one of two instrumental tracks, is another standout. It begins
with a very Celtic figure on lone accordion, lilting, but culminating each
coda with a disturbing sprinkle of minor key notes, as if air had escaped from
an emotive balloon. Vandenabeele takes up a related melody on viola, more lively
with percussive and accordion bass support, but still ending each passage with
that distressing minor flourish. Theuns' bell-like guitar break is pretty and
all too short.
"Sur la Rive Gauche" is a haunted waltz with falsetto vocal; it is pretty,
sad, and ruminative and one can almost picture the crying clowns, the steady
drizzle. "De Matroos" begins dramatically, accordion drone behind Theuns' gay
yet not quite happy rendition of a traditional lay with a Breton sound to it.
The accordion begins to pulse and Theuns' guitar adds a blues-rock flavor,
but this interpretation in turn gives way to a stormy fury, ending on a sarcastic
note. The sparsely produced waltz "Sometimes It's Gold," strummed on acoustic
guitar with string bass, finds Theuns trading verses with Coomans, in duet
on final verse and refrain, with lyrics of gentle romantic anomie.
Krakalin is a recording of challenging contrasts and variety with a melancholy
disposition. It demands a good deal of the listener, but is worth the effort.
L'album « Krakalin » d'Ambrozijn a reçu le label « BRAVOS » dans Trad Mag nr 107.
Ambrozijn kan het zich permitteren om iedere keer weer op een andere uit de
kast te komen. Het vertrek van Ludo Vandeau heeft de groep niet doen stilstaan.
Op de vorig cd was de groep niet op zoek naar een nieuwe stijl, maar de daaropvolgende
liveconcerten maakten al snel duidelijk dat er meer aan de hand was.
Het overgebleven trio bestaande uit Wim Claeys (trekharmonica), Wouter Vandenabeele
(violen) en Tom theuns (zang, snaarinstrumenten) is een lust om aan het werk
te zien. Die éénheid, dat op elkaar ingespeeld zijn en vooral dat dynamische
maakt Ambrozijn een groep die op éénzame hoogte staat. Op Krakalin voert het
trio langs Oost Europa, via Frankrijk naar eigen Belgisch grondgebeid om vervolgens
snuifjes Angelsaksische invloeden toe te voegen. Krakalin is een zeer geslaagd
album waar Wim's sterkste kant, het grooven met begeleidingen; heel duidelijk
naar voren komt. Tom Theuns haalt toonacrobatiek uit met zangstemmen die we
al hoorden op Naradie, het tweede album van de groep, hoorden.
Fransman Gabriel Yacoub (voorheen Malicorne) nam de productie in de hand, een
rol die hij ook op eerdere albums van de groep kreeg toebedeeld. Maar Yacoub
vindt klaarblijkelijk de muziek van Ambrozijn volwassen genoeg om zich niet
al te veel te bemoeien met de sound. Daar waar voorheen wel eens meerstemmige
vocaal gedeeltelijk liet denken aan geluiden van Malicorne, horen we nu duidelijk
de typerende muzikaliteit van de drie afzonderlijke groepsleden.
Krakalin is gedurfd maar ook gewaagd. Maar iedereen die de evolutie van Ambrozijn
heeft gevolgd zal moeten concluderen dat we hier met zeer hoogstaande kwaliteit
van doen hebben. Het overgrote deel van de songs komt van Theuns, terwijl Vandenabeele
en Claeys enkele instrumentalen toevoegden. Luister naar het Antwerps dialect,
naar Kuifje in Bergom, het opmerkelijke verhaal over De matroos en de geminste
ijzerzaag. En laat je verassen door het geweldige sluitstuk Joséphine.
Ambrozijn op zijn best, en dat hoeft voor mij al lang niet meer te gaan over
traditioneel Vlaams gerelateerde muziek.
Zanger-gitarist-componist Tom Theuns verantwoord de titel 'Krakalin' als: "Ergens
aan een rivier ... Krakalin, de stad van je dromen ... en in zijn haven spoelen
romances, nachtmerries, illusies, bruidegommen, gebroken harten, vuurwerk en
zeemansverhalen aan. We hebben het over het nieuwe, zesde album, van 'Ambrozijn'.
Violist Wouter Vandenabeele en accordeonist Wim Claeys zijn gebleven, zanger
Ludo van Deau niet en daarmee is het nu Tom Theuns die voor de basisvocalen
zorgt. De meeste teksten zijn van Theuns zelf plus een deel van de composities.
Het maakt dat er naast het Vlaams-Franse van voorheen nu ook meer Brits aanwezig
is.
En ondanks het een productie blijft van Gabriel Yacoub, is het ook geen folkalbum
meer, is het veeleer een cd vol 'songs'. "Krakalin", de titelmelodie, opent
het album in een donkere sfeer, heeft iets van een bezwaarlijke tango, met
daarin een goed geplaatste stem van Vera Coomans naast die van Theuns, een
duetje dat ze nog eens overdoen in 'Sometimes it's gold'. "L'avion" en "Down
in Sulamonia" zijn sterk stuwend en prikkelend dreigend, en "Près d'un cérisier" is
ouderwetse cajun met toffe samenzang. Op "Sur la rive gauche" probeert Theuns
het in de hogere registers en dat is wennen. Maar kwaliteit went altijd.
De ene folkgroep staat nog maar net in de schijnwerpers op de volgende staat
alweer te trappelen om de podia te bestormen. Dat is de situatie in België,
waar volksmuziek een ongekende hype doormaakt. De groep die aan de wieg staat
van deze jongste revival is Ambrozijn. Drie topmusici die op bezielde en originele
wijze alle registers opentrekken. Veel tracks van hun zesde cd Krakalin schurken
opvallend vaak tegen Hongaarse zigeunermuziek aan.
Wouter Vandenabeele toont zich heer en meester op de viool, zijn fiddle is
niet van echt Hongaars spel te onderscheiden. Zanger Tom Theuns zingt vol overtuiging
uit eigen werk : Krakalin, gij wordt mijn kribbe, gij wordt mijn graf. Naast
Nederlandse teksten komen flarden Engels en Frans voorbij, sfeervol ondersteund
met de musette van accordeonist Wim Claeys. Ambrozijn levert met dit album
weer een mooi huzarenstukje.
Folkmuziek met body. Aangrijpend! In mijn nek gaan de haartjes overeind staan.
Heimwee mixen met een swingende aanpak is altijd een goede inval en als de
rechtervoet dan nog eens de maat begint te volgen kan een en ander niet meer
stuk.
'L'avion' en 'Pres d'un Cerisier' hebben me ook meteen te pakken... het eerste
lief, de vadsige vakanties, de zwoele dagdromen, de hete vrijpartijen... Uitstekende
cd, in een productie van Gabriel Yacoub, om al die mooie gevoelens levendig
te houden. Nostalgie? Kan geen kwaad als de muziek maar klinkt. Wat hier het
geval is.
C'est un orchestre constitué pour le plaisir. Voilà maintenant dix ans que
ce trio belge joue une musique sans nom, des compositions qui s'amusent à effacer
les frontières.
Chanson, ballade irlandaise, ronde tzigane, broderie orientale, jazz, Tom Theuns
(chant, cordes), Wim Claeys (accordéon) et Wouter Vandenabeel (violon, mandoline)
réalisent une musique libre, une façon espiègle de détourner le blues des compositions
et la mélancolie des textes écrits principalement par Tom Theuns, en français,
flamand ou anglais. "Bon, je reste dans ses yeux, j'en ai plus pour longtemps
/ Dernière illusion d'une éternité / Et c'est par un beau soir on s'est quitté tous
les deux / Chacun sa vie, chacun son destin". Tom chante d'une voix grave,
chaude, parfois sauvage.
La douceur des cordes, le gémissement de l'accordéon et certains chants aux
accents médiévaux remontent le cours du temps avec une grâce imparable. Les
ambiances claire-obscure évoquent des univers oniriques, des illusions, des
amours désunies, des histoires bizarres.
Ambrozijn joue un néo-folk reconnaissable et insaisissable à la fois. Ce qui
fait le charme de leur musique nomade. Il faut dire que leur album est produit
par Gabriel Yacoub, un monsieur qui s'y connaît en musique magique.
Avec leur art de trousser des chansons percutantes et leur décontraction typiquement
gantoise, les mecs d'Ambrozijn auraient sans problème pu devenir aussi hype
que Soulwax. Mais voilà : ils ont choisi de jouer de la musique folk, et ce
n'est pas vraiment le meilleur moyen d'obtenir quatre pages dans les Inrockuptibles.
Reste qu'avec son dernier né, intitulé « Krakalin », le groupe confirme qu'il
est bel et bien au-dessus de la mêlée.
Le précédent album d'Ambrozijn, « Botsjeribo », était quasi exclusivement chanté en
anglais et s'approchait d'une sorte de folk universel. Cette fois, le trio
semble avoir voulu replonger dans son territoire originel : somptueuse production
signée Gabriel Yacoub, accordéon à tire-larigot, textes en flamand et en français.
Voilà donc onze chansons capables de faire danser les jeunes filles bio à Dranouter.
Mais Ambrozijn a toujours sonné incroyablement moderne, et ça ne change pas. « Krakalin » privilégie
les compositions directes aux démonstrations de virtuosité, tout en s'autorisant
quelques dérapages incontrôlés, qui témoignent d'un certain esprit rock.
A la manière d'un James Yorkston, Ambrozijn crée des perles folk qu'on croyait
impossibles (écouter le génial « Down in Sulamonia »), juste avant de se lancer
dans une escapade vers un monde étrange, un peu inquiétant (« Sur la rive gauche »).
Le chant rageur et habité de Tom Theuns fait le reste... Autant d'intensité dans
l'interprétation ne peut qu'évoquer Tim Van Hamel ou Tom Barman au sommet de
leur forme.
Ambrozijn en forme olympique.
Pionnier du revival folk flamand, Ambrozijn n'a pas son pareil pour régler
leur compte aux stéréotypes d'un genre musical volontiers passéiste. Peu porté sur
les veillées pépères au coin du feu, le groupe est depuis longtemps passé maître
dans l'art de faire transpirer les filles lors de présentations scéniques denses
et percutantes.
L'accordéon en bandoulière et la guitare par-dessus l'épaule, voilà aujourd'hui
les Gantois de retour avec un sixième album. Leur précédent disque, essentiellement
interprété en anglais, tendait vers une forme de songwriting universel.
Krakalin marque le retour vers un territoire plus marqué, où l'on chante surtout
en flamand et en français. Refrains tourmentés, valses sinueuses et pop songs
directes s'y enchaînent, magnifiés par la production de Gabriel Yacoub (ex-Malicorne).
Allez, salut en de kost !
Originaire de Gand, ce trio nous propose son cinquième album. Un disque produit de main de maître par le chanteur français
Gabriel Yacoub (Malicorne). Soutenus pour la circonstance par une section rythmique batterie/contrebasse, violon, accordéon,
guitare et banjo y font la loi.
De son timbre rocailleux, rappelant les débuts d'Arno, Tom Theuns chante la plupart des titres. En néerlandais, français
ou anglais. Vera Coomans et Gabriel Yacoub se chargeant du reste.
De la musique folk donc, qui emprunte au tango, à la musique slave ou arabo-andalouse, à l'instar de « Down In Sulamonia ».
Des morceaux comme « L'Avion », « Près d'un Cerisier » et « Sometimes It's Gold » font mouche. De jolies mélodies toutes simples
qui évoquent une fête à la campagne, en été, à une époque où l'électricité n'existait pas. Parmi les réussites, on mentionnera
aussi le mélancolique instrumental « Joséphine » et « De Matroos », une adaptation d'un traditionnel.
Le solde est d'un niveau fort honorable, mais souffre parfois d'une certaine propension à la théâtralité (« Sur la rive gauche »,
« Krakalin », « How Far We Are Near »), propension qui devrait sûrement coller aux prestations scéniques, mais moins au disque.
Chaque album de ce groupe belge est une rencontre, un voyage ; le précédent nous transportait au-delà des mers au sein d'un univers « Folky-bluezzy-bretonnant ». Celui-ci pousse à l'est et s'étend des terres celtiques vers un imaginaire post-soviétique, conjuguant quatuor à cordes, tango et Tziganie...
Le trio formé de Tom Theuns (chant et cordes pincées), Wouter Vandenabeele (cordes frottées et mandoline) et Wim Claeys (accordéon diatonique) s'est adjoint quelques invités dont Gabriel Yacoub. Son influence artistique est sensible tout au long du CD qui comporte 11 plages traçant chacune un chemin qui lui est propre. Neuf d'entre-elles sont écrites par Tom dont la voix profonde et sensible prolonge l'univers onirique des textes chantés en français ou contraste joliment avec la gutturalité du flamand.
Ce disque est un vrai bonheur à écouter sans modération. Allez, j'y retourne de ce pas !
With this CD - which appeared in Belgium in 2006 and isn't their latest - Ambrozijn continues to chart the course they set in 2004, mixing folk with the singer-songwriter ethos, in three different languages, too.
There's certainly a range, from the acoustic neo-psychedelia of "How Far We Are Near" to the dark folk of the title cut and the almost American feel of "Près D'un Cerisier". For a three piece (Guitar/mandolin/vocals, violin/viola/mandolin and accordion), they create a full sound, bringing in a couple of guests here and there. They're impressive, with a slightly mystical edge to the words, and sense of the past - a couple of the tunes are traditional - but still quite contemporary.
They're among the leading wave of younger Belgian bands, along with the few others like Laïs, walking the fine line between past and present and keeping a sense of both intact and firm. There's plenty to love here, even where you don't understand the words. Strange at times ("Sur la Rive Gauche" sounds almost like an art song) but always oddly endearing, it's an excellent album that makes a strong initial impact then continues to grow with repeated plays.