01 Tripita
dadra
02 Tufan
jhaptal
03 Apsara
dadra
04 Troyee
teental
05 Tala
teental
06 Puja
teental
07 Hawa
teental
08 Charkha
keherawa
09 Nadi
ektal
Jugalbandi Trio propose un subtil rapprochement entre deux grandes traditions de musiques improvisées, la musique d'Inde du Nord et le Jazz. De l'ouverture d'esprit de ce trio est née une musique originale et de toute beauté. En effet, tout est profond et puissant dans le deuxième album de ce trio intercontinental, apportant l'harmonie du piano à des compositions écrites dans les cycles rythmiques complexes indiens.
Jugalbandi Trio neemt de luisteraar mee in een universum dat op een erg subtiele manier twee grote muzikale improvisatiewerelden verenigt, namelijk Noordindische muziek en jazz. Deze CD straalt originaliteit en schoonheid uit. Niks blijft oppervlakkig op de tweede CD van dit intercontinentale trio dat composities voor piano verenigt met kenmerkende complexe ritmische Indische cycli.
Jugalbandi Trio proposes a subtle mix between two great traditions of improvised musics, music of Northern India and Jazz. From the openmindedness of this trio was born an original music and from any beauty. Indeed, all is deep and powerful in the second album of this intercontinental trio, bringing the harmony of the piano to compositions written in the Indian complex rhythmic cycles.
The music is a rather jazzy way of Indian-melodic improvisation, which is,
depending on which track, lead by melodic piano, or by flute which is on these
tracks closely followed by the piano. Both instruments are always stimulated
by the tabla percussion.
I don't remember what the difference with the last album is, but the cooperation
convinced me better as on the previous release, perhaps because the fundament
of Indian rhythmic cycle beats has been fully respected as a basis.
The two tracks with flute, percussion and tampura sound most pure to me, and
most Indian styled, and I don't miss the piano there. The pianotrack after
that, "Charkha" however is a fresh Indian jazz fusion.
Né de la rencontre entre Pandit Suman Sarkar, joueur de tablas indien, et de
deux musiciens belges - le joueur de flûte indienne Fabian Beghin et le pianiste
Fabian Fiorini - ce trio propose aujourd'hui son deuxième album.
Mêlant les harmonies du piano et les rythmes complexes indiens, cette musique
originale marie deux styles d'improvisation en mettant plus l'accent sur la
profondeur et la poésie que sur la technique et la vélocité.
Deze multi-culturele en transparante muziek ondersteunt verdraagzaamheid met
een perfect gevoel voor harmonie. Het beluisteren van deze cd veroorzaakt puur
genot door de inventieve ritmische patronen van een trio dat elkaar feilloos
aanvoelt. De opnametechniek is bovendien loepzuiver (ook de vormgeving is knap)
zodat alle nuances perfect hoorbaar zijn. Dit is een gedreven werkstuk waarvan
ik niet weet wie het eerst te bewonderen. Ik hou van deze wonderlijke klankwereld
van een verstillend trio. Bedankt voor de ontroering! Een zeer knappe en dromerige
CD!
Dit trio bestaat uit:
Fabian Fiorini - piano
Werkt sinds 1992 met de meest uiteenlopende muzikanten samen: van Aka Moon,
Madjid Khaladj, en Garrett List tot Octurn, Groupov, Guy Cabay en Shivaraman,
de meesterpercussionist uit Zuid-Indië. Hij gaf een tijdlang les in kamermuziek
aan het Conservatorium van Liège.
Pandit Suman Sarkar - tabla (percussie)
Suman (°Calcutta) is de zoon van de Indische zanger Sri Santosh Sarkar. Hij
volgde les bij de tablaspelers Ustad Habibuddin Khan en Ustad Gami Khan. Hij
staat bekend om zijn tabla-solo's en als begeleider van gerenommeerde solisten.
Fabian Beghin - bansuri (fluit uit bamboe)
Werd in Bénarès binnengeleid in de wereld van de bansuri en ragas om vervolgens
zijn kennis te verdiepen bij Indische meesterfluitspelers op doortocht in Europa
(Ronu Majumdar, Harsh Wardan). Momenteel schaaft hij zijn kennis van de ragas
bij. Hij volgt les bij meestersitarspeler Partha Bose, waar hij typische sitartechnieken
transponeert naar de fluit. Fabian is bovendien accordeonspeler bij onder andere
Turlu Tursu en vormt een duo met Didier Laloy...
Brindiban est un CD original, élégant, inspiré et innovant. En effet, les harmonies
apportées par le piano enrichissent de façon surprenante les mélodies superbes écrites
dans les modes indiens.
Quant aux percussions, elles jouent véritablement le
rôle de troisième soliste, tant le jeu de Suman Sarker est riche, puissant
et chargé d'émotions.
Mensen die ooit Daob te horen kregen, waren serieus onder de indruk van die debuutplaat. Nu opvolger Brindiban er is, zal de aanhang er niet meteen op achteruit gaan, vermoed ik.
Jugalbandi is een trio dat bestaat uit de Indiër Pandit Suman Sarkar (tabla) en de Belgische muzikanten Fabian Fiorini (piano) en Fabian Beghin (bansuri). Samen zetten zij een heel eigen interpretatie neer van de klassieke muziek uit het noordelijke deel van India: de bansuri, die dwarsfluit, die zo kenmerkend is voor de Indische klank, krijgt een erg prominente rol, al kun je er niet onderuit dat ook de jazzy piano en de tablas hun onmisbare rol spelen. Het geheel is dan een zeer verteerbare instrumentale plaat, met een negental korte nummers, waarin gepoogd wordt een impressie neer te zetten van Brindiban, het woud waarin Krishna zijn jeugd zou hebben doorgebracht en waarin hij de buitenmeisjes letterlijk en figuurlijk gek maakte met zijn fluitspel.
Het spreekt voor zich dat wie hele dagen naar Radio Donna luistert, krijsend weg zal lo-pen van deze plaat. Wie echter al eens wat anders wil dan een muzikale boterham met kaas, zal zich met graagte laten onderdom-pelen in het samenspel tussen de westerse jazzklanken en de Oosterse zweverigheid van de fluit en de complexe Indische ritmes. Nog maar eens: niet voor beginners, niks voor bij het ontbijt, maar absoluut aan te raden voor mensen met oren aan hun kop en die het TV kijken zat zijn
De Indiaas-Belgische groep Jugalbandi Trio ontstond uit de ontmoeting tussen een percussionist (Suman Sarkar), een jazz-/klassieke pianist (Fabian Fiorini) en een fluitspeler (Fabian Beghin). Fabian Beghin is als accordeonist van Turlu Tursu en via zijn samenwerking met Didier Laloy een bekende naam in folkkringen. In Jugalbandi Trio komen we hem echter in een heel andere hoedanigheid tegen: als bespeler van de Bansuri, een bamboefluit uit India. Daob was de eerste CD van het Jugalbandi Trio. De opvolger heet Brindiban.
"Modern music based on North Indian tradition, introducing piano's harmony", zo luidt de tekst op het hoesje. Dat vereist nadere uitleg. Oorspronkelijk is "Jugalbandi" een kunstvorm waarin 2 verschillende muzikanten in verschillende stijlen met elkaar musiceren. Later werd die betekenis verruimd. Vrij vertaald betekent "jugalbandi" de ontmoeting tussen verschillende kunststijlen die samenkomen in een (grenzeloze) samenwerking. Een vrije vorm van fusiemuziek. In het geval van Jugalbandi Trio, een fusie tussen Noord-Indiase traditionele raga's en Westerse jazz- en geïmproviseerde muziek. Dat klinkt minder bedacht dan het lijkt. Want ook een raga staat of valt met het improvisatietalent van de musicus. Een raga is eigenlijk niet meer dan een improvisatieframe, met grondtoon en dominerende noot. De noot die het sterkst beklemtoond wordt, bepaalt de kleur of emotie van de raga. Maar het is de musicus die via intonatie en versieringen zo'n noot extra inhoud geeft. Je zou kunnen zeggen dat die versiering (gamaka) net zo essentieel is in de Indiase muziek als de harmonie
in de Westerse. Indiase klassieke muziek kent geen meerstemmigheid, modulatie (verandering van toonsoort) of harmonie. Jugalbandi Trio brengt via de piano van Fabian Fiorini harmonische noten in traditionele raga's.
Dat maakt deze CD zeer toegankelijk voor Westerse oren. Een nummer als Troyee is zo'n voorbeeld van een perfecte symbiose tussen klassieke Indiase en Westerse muziek. Mooie jazz klanken uit de piano die volkomen natuurlijk op hun plaats vallen naast die van bansuri en tablas. Charkha heeft vanwege het snelle cyclische ritme wel iets van geïmproviseerde jazz-rock. Akoestisch wel te verstaan. Bij de negen nummers op Brindiban staat een ritmeduiding ofwel Tala. Een tala is een ritmische cyclus, die uit een vast aantal ritmische eenheden bestaat. Klinkt ingewikkeld maar het is een kwestie van tellen. Naargelang het aantal en de indeling in tellen krijgen de tala's andere namen. Op Brindiban vind je de volgende tala's:
Dadra: 6 tellen, ingedeeld in 3-3
Jhaptal: 10 tellen, ingedeeld in 2-3-2-3
Keherawa: 8 tellen, ingedeeld in 4-4
Ektal: 12 tellen, 4-4-2-2
Teental: 16 tellen, ingedeeld in 4-4-4-4
Het onderscheid tussen deze tala's ligt niet in het aantal tellen (Jhaptal en Shooltal hebben bijv. allebei 10 tellen), maar verschillen in indeling (resp. 2-3-2-3 en 4-2-4).
Tala is ook de titel van een ritmisch complex solo-stuk voor tablas. Virtuoos gespeeld door Suman Sarker. Traditioneel waren de tablas slechts een begeleidingsinstrument, maar met name dankzij initiatieven van mensen als Ravi Shankar en Alla Rakha ontwikkelde de tablas zich tot volwaardig solo-instrument. Suman Sarker spreekt in Tala speciale frasen uit die bestaan uit lettergrepen (zoals Ta, Na, Dha, Ghe, Tire, Kita enz.). Zij definiëren vingerplaatsing en toonhoogte voor de bespeler van de tablas.
Prachtig is ook het vraag en antwoordspel tussen tablas en bansuri in Hawaa. In dit nummer, uitgevoerd zonder piano, blijft Jugalbandi dicht bij de Indiase traditie. Maar van wie zijn toch die hele lichte sitarklanken die o.a. in Hawaa te horen zijn? Eén van de mooiste momenten op de CD is het hypnotiserende intro van Apsara. Het warme geluid van de Bansuri in combinatie met piano zorgt voor muzikale verstilling. Betoverend!!
Ik moet toegeven dat ik wat koudwatervrees had toen ik deze CD in handen kreeg. Raga's waren voor mij ellenlange, relatief monotone luisterervaringen. De manier waarop het Jugalbandi Trio, met respect voor de traditie, die raga's moderniseert spreekt mij zeer aan. Relatief korte composities (voor raga-begrippen) die door westerse noten toegankelijker worden maar waarin de traditionele raga als uitgangspunt herkenbaar blijft. Erg knap gedaan.
Paul, waardering: 8
Opnieuw een verrassende combinatie van muzikanten. Twee Belgen en een Indiër, één westers instrument, de piano, en twee Indiase: bansuri (bamboefluit) en tablas (percussie).
Fabian Fiorini komt uit de wereld van de geïmproviseerde jazz, Fabian Beghin leerde in India de klassieke Indiase muziek kennen. Fabian speelt accordeon in de groep Turlu Tursu, maar op deze cd beperkt hij zich tot de melancholieke klanken van de bansuri. Pandit Suman Sarkar is geboren en getogen in Calcutta en speelt virtuoos tablas.
De combinatie van deze drie instrumenten lijkt misschien niet zo logisch, maar het resultaat klinkt bijzonder harmonieus. Ook hierbij is de beste beschrijving misschien 'spannend'. Je weet nooit in welke richting de muziek zich ontwikkelt, er is inspanning en ontspanning, er is vaart en rust, er is dynamiek...
Echt een groep die ik ook wel eens live aan het werk zou willen zien, om de reis van dichtbij mee te maken.
La musique de Jugalbandi Trio est moderne mais se base sur des compositions écrites dans les modes traditionnels d'Inde du Nord. Les mélodies entêtantes interprétées par la flûte bansuri sont harmonisées par le piano, et explosent littéralement grâce aux constructions rythmiques époustouflantes des tablas.
La musique de ce CD marie en effet avec bonheur des éléments qui paraissaient inassociables. L'écoute de « Brindiban » interpellera les esprits curieux, qui aimeront se replonger régulièrement dans cette musique.
Né de la rencontre d'un percussionniste indien, d'un pianiste de jazz et d'un flûtiste, Jugalbandi trio se pose au
carrefour du jazz et de la musique indienne.
Après un premier album acclamé par la critique, le trio signe "Brindiban", une collection de neuf titres originaux,
hésitant toujours entre la complexité des traditions indiennes et la virtuosité des productions jazz. Le deuxième album
de Jugalbandi trio renforce néanmoins le propos du pianiste Fabian Fiorini (Aka Moon), du tabliste Suman Sarkar et du
flûtiste Fabian Beghin.
Une belle alchimie.