02 Pompoen
03 Durum
05 Tendinite
06 Chanson
07 Samouraï
09 Le déclin du sandwich américain
Na hun eerste album dat in 2006 verscheen, brengt deze vrolijke bende ons
weer iets lekkers te proeven, op eigen muzikale wijze klaargemaakt.
Een
gevariëed menu met zoet-zure specerijen, en op een veelkleurig tafelkleed
bediend. Te genieten als geneeskrachtige voorbereiding om verveling te
bestrijden.
Een spontane en feestelijke muziek, die haar tijd neemt zonder te
treuzelen, die uitglijdt zonder neer te vallen, die door haar eigen
onverwachtheid opspringt en die zich ook in meer plechtige sferen
verheft... Je komt er zoemende en clownachtige instrumenten tegen die hun
weg niet meer weten, ondersteboven melodiën en muzikanten als zangers. Een
goed belgisch compromis tussen boeren funk en kleine swing, ongehoorzame
folk en betwijfelbare klezmer, grasland reggae en ooievaren ragga...
Kortweg, een muziek die zonder omweg alle mogelijke wegen neemt om er te
geraken, om u te raken in uw hartje, uw lichaam en al de rest.
After a first album, released in 2006, this happy and sonorous bunch of crazy musicians is back with a new musical banquet as only they can provide.
A varied menu of sweet and spicy flavours, served on multicoloured cloths. A delicacy to enjoy as a cure for morosity.
A festive and spontaneous music which dawdles without dilly-dallying, which slips whithout falling, which jumps and bounces as it rises up into more solemn spheres. A music where one will find buzzing instruments, funny melodies and singing musicians. A good old Belgian compromise between rural funk and little swing, nontraditionnal folk music and questionable klezmer, field reggae and gooses' ragga...
In short, a music which beats around the bush to go straight to the heart, the body, and everything else.
Après leur premier album sorti en 2006, cette joyeuse bande sonore remet le couvert autour d'une agape musicale bien à eux. Un menu varié aux épices douces-amères servi sur des nappes multicolores. A déguster comme un bon plat de résistance à la morosité.
Une musique festive et spontanée qui prend le temps sans traîner, qui dérape sans tomber, qui sursaute en surprise et qui s'élève aussi dans des sphères plus solennelles... On y croise des instruments bourdonnants et clownesques qui ne savent plus sur quel pied danser, des ritournelles à plates coutures et des musiciens en chanteurs. Un bon compromis à la belge entre funk rural et p'tit swing, folk pas traditionnel et klezmer douteux, reggae des prés et ragga des oies...
Bref, une musique qui, sans détours, emprunte les 4 chemins pour aller droit au coeur, au corps, et tout le reste.
On their second album, Ici maintenant là pouf, these odd-men-out of
the Belgian nu-folk scene have stuck resolutely to the same course as
on their debut: barmy, eccentric, festive folk with swing, reggae,
funk, chanson, jazz, and Balkan influences.
Right from the start, it's
a really tasty mix, with wonderful swing manouche on "Swing Sauce
Lapin", reggae folk on "Pompoen", and a "Durum" with Balkan spices.
All the tracks are their own compositions, except for "Ajde Jano/No
Border", a traditional number in which the gentle oud-playing of guest
Karim Baggili leads to a melancholy tango led by band-leader Julien de
Borman's diatonic accordion and then takes a classical direction with
a violin to the fore. "Chanson" is a parody on French chanson, with
humorous touches, that turns into a tearjerker.
This five-strong
Brussels-Wallonia combo likes to experiment with all sorts of styles
and does so with verve. An impressive album that fascinates from
beginning to end.
Ik besef best, lezer, dat ik me met deze cd-bespreking een beetje op onbekend terrein begeef. Althans, voor de meeste gebruikers van de Rootsville-site. In tijden van globalisering weten we ongeveer binnen de minuut wat er in, pakweg, Fiji gebeurt, maar ik vind het een merkwaardige vaststelling dat ons binnenlandse buitenland, Wallonië genaamd, in de praktijk veel verder bij ons vandaan ligt dan Engeland of de Verenigde Staten. Nochtans wordt ook beneden onze taalgrens sinds enkele jaren bijzonder boeiende muziek gemaakt, al zul je het merendeel ervan niet of nauwelijks te horen krijgen op onze nationale radiozender.
Onbekend maakt onbemind, dus. Dat is bijzonder jammer in het geval van de zeer prettig gestoorde bende van Turdus Filomelos (voor u halsoverkop uw Latijnse woordenboek erbij haalt: de groepsnaam betekent gewoon "zanglijster"). Dit vijftal rond accordeonist Julien de Borman, een bezig baasje in het hedendaagse folk- en jazzwereldje, verbaasde ons vier jaar geleden al met een debuutalbum, waarmee menigeen niet wist wat te doen: was dit folk? Was het jazz? Was het Klezmer? Was het Balkan? Het was niets van dat alles en het was dat allemaal tegelijk. Vandaag is er n° 2 en het principe van de Chinese maaltijd wordt gerespecteerd: veel kleine porties, allemaal verschillend van smaak, maar aan het einde heb je een palet van smaken te verwerken gekregen, dat je niet anders kunt omschrijven dan: "verfrissend, verrassend, veelzijdig en vooral uiterst lekker". Welke zijn de ingrediënten? Zoals de titels een beetje verraden, is de swing in enige mate aanwezig en verder krijg je folk die aan geen enkele clichéregel wenst te beantwoorden, doet de groep de gekste Oriëntaalse clownerieën in Durum, waagt ze zich aan een bijna-suite met Argentijnse en cartoon inslag in Ajde Jano/No Border en gaat ze zelfs al eens vocaal uit de bol in het aan Kurt Weill reminiscerende Chanson.
Ik weet niet of en hoezeer u verzot bent op hutsepot. Voor sommigen is dat boerenkost, maar mensen die er van houden, willen het precies omwille van het samengaan van de verschillende ingrediënten. Wel, volgens mij maakt Turdus Philomelos muzikale hutsepot. Maar dan wel eentje van een bijzonder smakelijke soort, want ondanks het feit dat er bijzonder vakkundig en technisch erg onderlegd gemusiceerd wordt, is dit heel toegankelijke, hedendaagse wereldmuziek van dicht bij ons. Als u 't nog niet kent: niet aarzelen, maar minstens enkele hapjes proeven! Wedden dat u 't lekker vindt?
This is the second album from this band after their debut in 2006.
The result is rural folk chamber music dominated by accordion and with klezmer-typed arrangements of violin, melodica, sax, bass and drums. The result is light and bombastic at the same time, like being simultaneously melancholic and instrumental cabaret as well. Further we hear light rhythms of reggae in one track, a thickened arrangement of guest appearance of Karim Baggili on oud and one chanson inspiration.
For me it remains a bit unclear what all these tunes are being expressed for. They have the lightness of melodic folk and the dark edges of a stage in a theatre without a true meeting point but thickened colours of brown and red.
Het onvolprezen Belgische platenlabel Homerecords.be brengt nog steeds verrassende nieuwe folkalbums uit die het label "folk" allang ontstijgen.
Ook de vitale muziek van de Belgische band Turdus Phelomelos onttrekt zich aan elke categorisering. Springerige folk, jazzy kamermuziek, gypsie reggae, swingende klezmer, alles wordt hier organisch samengevoegd en het resultaat is compacte, lichte, stevige, heldere en onnavolgbare swingende nu-folk. Het mooie is dat het allemaal vanzelfsprekend en volstrekt natuurlijk klinkt terwijl je als luisteraar telkens weer opveert door de verrassende tempowisselingen, de aanstekelijke melodieën en de vrolijkmakende energie terwijl er ook steeds een zekere melancholie opklinkt die de muziek diepgang geeft.
De belangrijkste instrumenten zijn de accordeons van Julien de Borman, de viool van Sébastien Willemyns en de saxofoons van Martin Kersten, maar de swingende contrabas van Matthieu Chemin en de lichtvoetige, strakdansende drums van Gwenaël Francotte zorgen voor de flexible maar stevige bodem. En dan zijn er ook nog de indrukwekkende gastoptredens van onder meer de djangogitaristen Gilles Kremer en Maxime Tirtiaux en Karim Bagilli op oud en elektrische gitaar.
Een fenomenaal mooi plaatje en een absolute aanrader.
Vanachter drie garagedeuren in een onopvallende Luikse straat bestiert Michel Van Achter zijn label homerecords.be.
Opnieuw verschijnen er vanuit dit zenuwcentrum twee hoogwaardige muzikale producties die de zinnen strelen. Ondersteund door een elastieken ritmesectie gaan de drie solisten van Turdus Philomelos (zanglijster) zich te buiten aan stijlenoverschrijdende muzikale uitspattingen. Julien de Borman (accordeon), Martin Kersten (saxofoon) en Sébastien Willemyns (viool en melodica) dragen hetzelfde keurmerk van vakmanschap en originaliteit waarmee de vele aan het label gerelateerde musici zich zo nadrukkelijk onderscheiden. Dat een grote mate van technische beheersing niet per definitie betekent dat het muzikale avontuur geschuwd wordt, is op deze cd overduidelijk. In een heerlijke mix van klassieke, folk- en jazzpartijen ontwikkelen de drie heren een geheel nieuw muzikaal gebied.
Verstild en summier instrumentaal ingekleurd het ene moment, om even later net zo makkelijk los te barsten in een hilarisch feestgedruis.
Non, nous n'allons pas ici présenter un exposé à propos du Turdus Philomelos qui chante dans nos campagnes, nom latin de la grive musicienne. Mais question musique et talent, nous ne perdrons rien au change. Car TURDUS PHILOMELOS, le groupe belge, réunit une sacrée brochette de surdoués. Commençons par Julien de BORMAN, à l'accordéon diatonique tout autant qu'à la composition, et continuons avec Sébastien WILLEMYNS, pianiste, mais aussi violoniste virtuose. Ajoutons à ce duo Matthieu CHEMIN à la basse et à la contrebasse, Martin KERSTEN au saxophone et Gwenaël FRANCOTTE à la batterie et voici TURDUS PHILOMELOS, un quintet qui multiplie les concerts débridés et surprenants depuis déjà dix ans, même s'il n'a sorti son premier album qu'en 2006.
Car ce groupe n'a pas de style vraiment bien défini, ou alors il en a tellement qu'il est difficile de lui en attribuer un bien précis. Est-ce ce curieux klezmer qu'il arbore souvent, ce petit air de folk trad qu'il montre aisément ou ce jazz déjanté qui lui monte facilement à la tête? Peu importe en vérité, puisque la vérité première de TURDUS PHILOMELOS est d'être un groupe festif. Et la formation ne se prive pas d'inviter nombre d'autres musiciens à faire la fête avec elle. Citons à la volée Karim BAGGILI, un phénomène du oud et de la guitare, et Max TIRTIAUX et Gilles KREMER, deux maîtres de la guitare manouche. Autant dire qu'avec autant de musiciens de très grande qualité s'affairant sur les albums de TURDUS PHILOMELOS, deux à ce jour, on frôle le trop plein de talent.
Ça swingue, ça joue reggae pour rigoler, ça rock parce que c'est drôle aussi et ça part en funk également quand ça ne valse pas à cent à l'heure. C'est à la fois désopilant, fort bien joué et tourbillonnant. Ici maintenant là pouf est une formule qui résume parfaitement la philosophie hédoniste et légère du groupe, c'est-à-dire vivre le moment présent ici et maintenant en se payant une grande tranche de rire. Quand c'est mis en musique avec autant de brio, pourquoi se priver? Allez, je vous conseille sans restriction leur deux albums comme remède souverain contre la morosité et leurs concerts pour le simple plaisir de prendre encore du plaisir à les écouter jouer.
Turdus Philomelos is de Latijnse naam voor de zanglijster, 'n klein gevlekt zangvogeltje. In België is het ook de naam van een feest-, volks- en circus-groep; net zo muzikaal gespikkeld als zijn vliegende equivalent.
Het kwintet valt op door zijn eigenzinnige muzikale beheersing maar gaat toch helemaal los in 'n stijl die geen stijl is, maar een samenraapsel van muzikale miniaturen, aaneengeregen tot een muzikaal circus bolwerk, waar alles mogelijk is. Dat vergt het een en ander. Niet alleen van de bedenker, de componist en accordeonist Julien de Borman, maar ook van de muzikanten zelf.
Naast dat ze hun instrument zo heerlijk beheersen, gaan ze er ook nog eens dol-dwaas op tekeer. Het lijkt wel of ze de muziek ter plekke bedenken, zo gemakkelijk klinkt het. De bezetting: accordeon, saxofoon, viool, melodica, bas en drums.
Ze spelen een mixage van new-folk, jazz-geörienteerde kamermuziek, reggae, Roma, groovende klezmer, Hot-Club, funk. Het scheert allemaal voorbij als een metafoor door het muzikale spectrum; hier en daar heerlijk overgoten met goed gedoseerde humor.
* De groep Turdus Philomelos wordt bijgestaan door een aantal snarenmannen waaronder Maxime Tirtiaux en Gilles Kremer. Zij spelen de Hot-Club de France gitaren in het openingslied Swing Sauce Lapin.
* De ûd (Arabische luit) speler Karim Baggili opent het werk Ajde Jano/No Border. Een lied waarmee de groep een prachtige uitvoering neerzet van deze Balkan-Klezmer-traditional die door het Poolse trio Kroke al eerder werd vereeuwigd.
De CD 'Ici Maintenant La Pouf!' (Hier en nu de "plof") biedt voor elk wat wils maar het moet worden gezegd; voor deze feest-CD moet je wel in de stemming zijn. Hoe dan ook: top muziek van de Zuiderburen!
Wie Ici Maintenant la pouf hoort, de tweede cd van het Brussels/Waalse kwintet, kan zich moeilijk voorstellen dat er deze zomer ook maar één festival is dat ze niet op haar programma wil hebben.
Met een aanstekelijke mix van West-Europese folk, jazz, Balkan, circusmuziek, ska en nog veel meer, passen ze moeiteloos in de meest uiteenlopende line-ups. Maar denk niet dat de groep louter feestmuziek maakt. Want naast de ritmesectie en de opzwepende accordeon van Julien de Borman, weten de violist en saxofonist melodieën neer te leggen vol weemoed en melancholie. Net als je na een aantal uptempo nummers toe bent aan iets nieuws, trekt de groep met evenveel gemak een andere sfeer binnen, zoals met een gedragen nummer als Ajde Jano.
Mocht wereldmuziek tegelijkertijd traditie en hedendaags betekenen, of dorps en kosmopolitisch, dan is Turdus Philomelos het schoolvoorbeeld.
Bij de muzikanten van Turdus Philomelos is het zo klaar als een klontje: zot zijn doet geen zeer, het kan zelfs heel plezant zijn (en nog goed klinken bovendien). Het vijftal, afkomstig van Louvain-La-Neuve en Brussel, heeft in de loop der jaren een eigen plaatsje in de folkscene veroverd, Met hun tweede cd willen de muzikanten laten horen dat ze nog steeds feestfolk brengen. Eén ding zal ongetwijfeld nooit veranderen: Turdus Philomelos is en blijft prettig (muzikaal) gestoord.
De titels en composities zijn overwegend van Julien De Borman (accordeonist), op een paar traditionals na. Hij weet zonder problemen ieders verbeelding te bespelen, want bij elk nummer lijkt er zich wel een animatiefilm in het hoofd van de luisteraar af te spelen. Volgens ons zouden de makers van Les Triplettes de Belleville even graag met déze muziek aan de slag gegaan zijn. Met het eerste nummer van dit album zit de schwung er al bijna letterlijk in. Swing sauce Lapin wervelt op de virtuoze tonen van manouchegitaren. Durum begint met een pruttelende tuba, die daarna overgaat in een opzwepende en melodieuze begeleiding. Het past perfect onder het etiketje plattelandsfunk dat de groep al wel eens kreeg opgekleefd.
Zo heeft elk nummer een eigen klankkleur die de ene keer bepaald wordt door een instrument als de oud, de andere keer door invloeden uit de funk, groove of gipsy jazz. Als geheel beschouwd is Ici maintenant là pouf! een schijf met veel dynamiek, een hoog feestgehalte en toch een grote portie melancholie.
Après un premier album publié en 2006, voici Ici Maintenant Là Pouf!, second opus des troublions de Turdus Philomelos.
Bien qu'influencés par des sonorités de l'Est, les musiciens semblent complètement à l'Ouest ! Et pour notre plus grand plaisir, ils délivrent un jazz instrumental totalement décalé, voire très second degré, antidote parfait à la morosité. La gaieté de l'accordéon s'additionne au phrasé du saxophone. En découle une musique festive qui rebondit et dérape sans jamais trébucher.
Certains morceaux (Swing Sauce Lapin, Durum, Le Déclin du Sandwich Américain) reflètent d'ailleurs à merveille l'ambiance allègre et joviale de la fanfare.