01 Frost Waltz
02 Seven
sportman
06 Half round
on the train
09 The drop
10 Folk prog
This uncommon duo offers a repertoire of tailor-made compositions for the explosive meeting of a chromatic accordion and its diatonic cousin. Didier Laloy (Trio Trad, S-Tres, Pantha Rhei, etc.) and Fabian Beghin (Turlu Tursu, Jugalbandi Trio, Marie des Grenouilles, etc.) have, in the past years, already deeply explored their own intruments.
Playing together on the same stage, these two apostles of the bellows now celebrate the happy wedding of their extendible instruments allowing the power of the chromatic and the vigour of the diatonic to explode.

Dit buitengewone duo stelt u een nieuw repertoire voor op maat van de onmoeting tussen chromatisch en diatonisch accordeon.
Didier Laloy speelt zowel lyrisch als swingend, zowel ingetogen als dynamisch en altijd subtiel, perfect tot in de fijnste details. Fabian Beghin staat voor een dynamische, eigen sound met een brede blik op de wereld.
Samen zoeken ze nu naar het perfecte huwelijk tussen de kracht van Beghins chromatische accordeon en de lyriek van Didier Laloy. Een avontuur op het scherp van de snee met schijnbewegingen en uitstapjes, verrassend of melodisch en niet zelden zonder risico's.

Ce duo hors du commun propose un répertoire de compositions taillées sur mesure pour la rencontre détonante d'un accordéon chromatique et de son cousin diatonique.
Réunis sur un même album, ces deux apôtres du soufflet célèbrent l'union exaltée de leurs instruments dépliants, en faisant exploser la puissance de l'accordéon chromatique et la vigueur de l'accordéon diatonique.

Un duo hors du commun, Fabian Beghin et Didier Laloy, vous propose via leur CD « Cryptonique » un répertoire de compositions taillées sur mesure pour la rencontre détonante d'un accordéon chromatique et de son cousin, l'accordéon diatonique.
Réunis sur un même album, ces deux apôtres du soufflet célèbrent l'union exaltée de leurs instruments dépliants, en faisant exploser la puissance de l'accordéon chromatique et la vigueur de l'accordéon diatonique.
Fabian Beghin, on le connaît grace à Turlu Tursu (dont nous vous avons déjà largement parlé), grâce aussi au Groupe Jugalbandi Trio et ses musiques du monde.
Didier Laloy, c'est bien entendu Panta Rhei ou encore Trio Trad.
Les deux artistes se sont réunis ici pour nous présenter un produit epoustoufflant.
A noter que le duo sera en concert le samedi 16 décembre en la salle de Juzaine près de Durbuy. A ne pas manquer.

Deze nieuwe cd is een beklijvende onmoeting tussen twee speelse en
creatieve geesten met 1 chromatische en 1 diatonische accordeon.
Het resultaat: om u tegen te zeggen! Verstillend, wervelend en
zéér gedreven.
Didier Laloy speelt afwisselend met ingehouden koloriet en met een
dynamische swing. Dus de pannen van het dak! Subtiel, tot in de
kleinste details, en zonder koudwatervrees voor vrijere
improvisaties. Dit is pas stijlvol en met pure klasse.
Fabian Beghin kiest eveneens voor een dynamische en persoonlijke
invulling. Uiteraard met een eigen klankkleur. Je hoort op deze cd
een eigen sound met een brede kijk op de muzikale wereld. Deze
ontmoeting klinkt nergens routineus of voorspelbaar, beide muzikale
heren weten wat een compositie is die staat als een huis. Lefgozers
dus die elkaar en de luisteraar voortdurend uitdagen. En dat alles
zonder kapsones of stoerdoenerij. Je hoort twee topmusici die ook
het moeilijkste durven op te zoeken. Er is geen sprake van
routineus afgehaspelde composities, wel van sterk werk. Uiteraard
is dit geen muziek voor het bravere theesalon waar alles veel te
veel suiker bevat.
'Cryptonique' is een creatief werkstuk dat echte
melomanen zal weten te bekoren.

A nouveau, un très bon disque signé Didier Laloy.

Afsluiten doen we met een album waarop de accordeon centraal staat. Met Fabian Beghin en Didier Laloy zorgde Homerecords immers voor een welluidende CD die als titel "Cryptonique" meekreeg.
Op 30 november j.l. werd het album voorgesteld en één zaak is zeker: de accordeon als instrument krijgt de eer die het verdient. Dat ze beiden totaal anders omgaan met 'hun' accordeon' zorgt ervoor dat we getuige zijn van een huwelijk tussen kracht en lyriek dat zich manifesteert in 11 nummers. Stuk voor stuk ontmoetingen tussen de chromatische en de diatonische accordeon waarbij de inspiratie van beide muzikanten zorgt voor de ontdekking van alle soorten mogelijkheden die het instrument rijk is.
Dat de ene muziekliefhebber positief verrast zal zijn en een ander ontgoocheld is het risico dat beiden nemen ... maar wie eens wil proeven van het lyrisch swingende of het ingetogen dynamische ... zit zeker goed met "Cryptonique".

Cryptonique...très innovateur, très agréable à écouter, je pense que nos auditeurs seront séduits.

Waar diatonische en chromatische accordeon elkaar ontmoeten
De meeste lezers van folkroddels zullen niet alleen weten wie Didier Laloy is, ze zullen er bovendien een onvoorwaardelijke fan van zijn. Deze Waalse accordeonist speelt of speelde in tientallen groepen. Zowel bij folkgroepen als PANTA RHEI, TRIO TRAD, TREF, S-TRES, LAÏS, IALMA als bij intimistische kamermuziek of pure pop. Hoewel hij zijn accordeonspel liever een ambacht dan een kunst noemt, wist hij al vele harten te beroeren met zijn zeer emotionele speelstijl. Een jaar geleden werd zijn jubileum-optreden annex cd waarvoor hij in totaal een kleine honderd muzikanten uitnodigde met wie hij ooit samenspeelde door velen uitgeroepen tot 'hèt optreden van 2005', en een aantal mensen beweerden zelfs dat dit het mooiste optreden was dat ze ooit gezien hadden.
Fabian Beghin is in folkmiddens wellicht wat minder bekend, maar zullen een aantal onder jullie misschien toch kennen van TURLU TURSU of JUGALBANDI TRIO. De man leerde zowel accordeon als fluit kennen in Schotland, maar trok toen naar Indië waar hij betoverd raakte door de plaatselijke klassieke muziek.
Een accordeonduo is op zich niet zo uitzonderlijk. Er bestaan vermoedelijk honderden 'hoempapa-accordeonduo's'. Maar laat ons die even buiten beschouwing laten. Hier in België hebben we natuurlijk ook DEUX ACCORDS DIRONT en TREF. In Portugal heb je b.v. DANCAS OCCULTAS. De combinatie van een diatonische met een chromatische accordeon kwam ik echter nog niet veel tegen.
Misschien is wat uitleg over het verschil tussen een diatonische accordeon en een chromatische hier wel op zijn plaats. Ik heb al verschillende theorieën en de definitie die ik nu zal geven zal wellicht door sommigen als onjuist worden beschouwd, maar ik geef ze toch: bij een diatonische accordeon krijg je als je één van de knoppen indrukt een andere noot te horen als je duwt dan als je trekt. Bij een chromatische accordeon hoor je bij duwen en trekken dezelfde noot. Een chromatische accordeon lijkt dus wat eenvoudiger om te bespelen, maar je hebt meer knopjes nodig om hetzelfde aantal noten te kunnen spelen.
Misschien kunnen we ooit eens een reeks achtergrondartikels wijden aan de accordeon (net zoals we al gedaan hebben met de doedelzak), want naast het verschil tussen diatonisch en chromatisch zijn er nog vele verschillen.
Waar de diatonische accordeon in folkkringen populair is, wordt de chromatische accordeon vooral gebruikt in jazz-middens, musette en bij klassieke muziek. Er is ook een verschil in klankkleur.
Dat maakt nu net deze groep zo boeiend. Producer Michel Van Achter is er in geslaagd de indrukwekkende klank perfect op te nemen.
Alle nummers werden gecomponeerd door Fabian Beghin. Zoals blijkt uit de (soms hilarische) bijschriften in het cd-boekje heeft de man een ruime muzikale interesse, die gaat van de barok over Indische klassieke muziek naar jazz en West-Europese folk. In een aantal nummers krijgen we canons te horen waarbij de diatonische accordeon zijn chromatische broer achternazit of omgekeerd. Zelf noemen ze het 'semi-circulaire composities'.
Alle nummers kregen niet alleen een titel, maar ook een subtiteltje. Wat dacht je b.v. 'The Drop (La goutte qui fait déborder le nez)' ? De titel is hier een metafoor voor de muziek die - net zoals een neusdruppel aarzelt om toe te geven aan de wetten van de zwaartekracht - aarzelt tussen majeur of mineur. 'The two pennies waltz (La valse à deux balles)' wordt vergeleken met de 'valse à mille temps' van Jacques Brel. Beide heren zijn het er over eens dat hun jazzy two pennies waltz toch minder verwarrend is. In 'The wooden legged sportman (Diatonique? Ta Mère?)' ontdekken we plots dat Ierse jigs en reels wel erg dubby kunnen zijn. In 'One more night on the train' horen we niet alleen dat de muzikanten zich al voetenstampend warm proberen te krijgen, maar dat de accordeon vooral een percussie-instrument voor rijken is, en niet - zoals algemeen aangenomen - de piano voor de armen. De grappige uitleg mag echter niet doen vergeten welke muzikale meesterwerken we hier geserveerd krijgen. De muziek verveelt nooit, is uiterst inventief en wordt ronduit virtuoos gebracht. Opgepast: dit is wel geen vlot toegankelijke muziek. Ik kan me inbeelden dat deze composities voor een aantal mensen als 'te moeilijk' zal worden ervaren. En dit is ook geen dansmuziek, ook al gaat het er in b.v. 'Ambroise's forest party' behoorlijk uitbundig aan toe. Hier en daar zijn wel folky patronen als scottisch, reel en met veel goede wil zelfs een bourrée te herkennen, maar je moet echt wel van goeden huize zijn om hier geen poten op te breken.

Encore un duo d'accordéonistes, mais quel duo ! Un diatonique et un chromatique, ce dernier amenant sa puissance et son goût de la musique indienne que l'on retrouve dès le début, dans « Frost Waltz » en mode raga. Un « seven » bulgare, une marche évoquant bien la rigueur des pipe bands écossais, une « Two pennies waltz » dont le sous-titre « la valse à deux balles » convient mieux à cette ambiance diluée de Montmartre, un « One more night on the train » qui tente de mettre de la chaleur dans un train pakistanais, un « Folk-Prog » qui flirte à la croisée de plusieurs univers : le duo voyage beaucoup, et démontre son étonnante faculté d'inventer des sonorités et des ambiances qui l'accompagnent dans ce cheminement fabuleux.
Amateurs de soufflets sans frontières, ceci est pour vous !

Didier Laloy (o.a. S-Tres, Trio Trad, Panta Rhei en TreF) is in België uitgegroeid tot het boegbeeld van de diatonische harmonicamuziek. Na een paar onnavolgbare soloplaten en vele (gast)rollen in diverse samenstellingen en groepen is hij hier bij de puurheid van zijn instrument aangeland. Zijn liefde voor de vrijstaande tong deelt hij met klavieraccordeonist Fabian Beghin (o.a. Turlu Tursu en Jugalbandi Trio). Laatstgenoemde componeerde alle muziek voor deze zeer opmerkelijke cd die de titel Cryptonique meegekregen heeft. Een zeer toepasselijke titel, want de muziek is complex doch zeer aangenaam. De cd gaat naarmate je er meer en meer naar luistert, steeds dieper leven.
Cryptonique is een opmerkelijke communicatie over en weer tussen de chromatisch en diatonisch accordeon (G/C/#). Laloy en Beghin waren al grensverleggend met hun instrumenten in de weer, maar nu voegen ze hun ervaringen samen tot een vorm van geïmproviseerde muziek. De lyrische en dynamischs swingende klanken van Laloy mengt zich perfect met de idem dynamische en breed georiënteerde klanken van Beghin. De grote valkuil in deze gecomponeerde muziek voor balginstrumenten is dat het te snel gekunsteld en te ver gezocht wordt, waardoor de muziek te statisch en te koud overkomt. Van zulke kilheid is hier zeker geen sprake, sterker nog, Laloy en Beghin weten tot aan het einde vol overgave en met warme gevoelens hun muziek te vertolken.
De twee instrumenten vormen een eenheid al blijft goed hoorbaar welke partij door welk instrument gespeeld is. De muzikale thema's worden uitgediept door iedere keer de gecompeneerde melodie net op een andere manier te spelen Improvisaties op het thema zijn het gevolg, maar de mannen weten alle tracks tot een acceptabele lengte te houden. Daardoor blijven de composities inclusief de improvisaties kort en bondig en worden we geen moment verveeld met lang uitgesponnen oeverloze herhalingen en variaties. Een dergelijke benadering verdient deze kunstzinnige muziek ook niet daar het feitelijk korte verhaaltjes met ieder een eigen karakter zijn. Waar Laloy vaak de dragende kracht is, spat Beghin los met virtuoze loopjes over het klavier. Ook het buigen van de tonen door de luchtdoorvoer te beknellen zorgt voor opmerkelijke effecten op exact de juiste plekken. Zeer uitgebalanceerd en goed doordacht dus.
De vormgeving van het geheel past perfect bij het plaatje. De sfeervolle bruin getente foto's zorgen op voorhand en geheel terecht voor een warm voorgevoel. Ga zeker eens goed zitten om naar dit pareltje te luisteren !!!

Ce duo séduit par sa musicalité permanente et par sa subtilité, ainsi que par son sens des grooves accrocheurs. Les deux interprètes servent avec autant de précision les titres épurés, dans lesquels le dépouillement sonne intense et profond, que les compositions fracassantes. L'album « Cryptonique », très cohérent malgré le contraste étonnant de ses ambiances, est un véritable numéro de haute voltige

Depuis Oller-Yvert (plus de 20 ans déjà... et je pourrais même remonter à Baly-Blanchard) nous nous étions habitués aux duos de diatos (Pignol-Milleret, Deux Accords Diront etc...) voire aux trios (Tref avec le même Didier Laloy). Mais le duo diato-chromatique, qui plus est sans autre accompagnement, n'est pas si courant à ma connaissance (je n'en vois qu'un autre (1) mais je ne prétend pas tout connaître...), mariage apparemment contre nature et qui pourtant suit une certaine logique, celle qui a vu se créer, à une certaine époque les diatos à basses chromatique chers à Emile Vacher par exemple : le dynamisme du diato et la richesse harmonique du chromatique. Avec l'avantage, pour le duo par rapport l'instrument à basses chromatiques, de conserver au diato un poids raisonnable et donc un maniement plus souple. Si je fais cette comparaison, c'est qu'à l'écoute de ce duo, il apparaît que les rôles sont bien partagés, même si cela n'a rien de rigide et si d'autres formes apparaissent ça et là : la main droite du diato tient le devant de la scène en assurant préférentiellement les parties mélodiques et le chromatique (piano, j'ai omis de le dire), assure l'accompagnement harmonique (main gauche principalement me semble-t-il mais je n'en suis pas certain (2)).
Quant à la rythmique, elle est assurée par les deux musiciens, Didier Laloy ayant souvent un jeu très énergique à la main droite, ce qui ne l'empêche d'ailleurs paradoxalement pas d'avoir un beau phrasé. Qui plus est, ils accèdent parfois à d'intéressantes polyrythmies qui seraient un peu complexes à gérer pour un musicien seul. Le duo évite donc la surcharge d'un jeu systématique à quatre mains, ce qui ne les empêche pas de faire jouer de temps à autre les basses du diato ou de faire émerger une petite ligne mélodique au chromatique (qui sait même se faire presque harmonica bluesy sur une plage).
Et puis ils laissent ainsi la porte ouverte à d'autres conceptions du duo diato-chromatique, avis aux amateurs !...
Je pense qu'il n'est plus utile de présenter Didier Laloy qui depuis Panta Rhei, a une importante discographie à son actif, sous son nom propre, au sein de divers groupes dont Tref ou encore en accompagnateur. Fabian Beghin, également belge, est moins connu, quoique le CD de Turlu Tursu ait fait l'objet d'une bonne diffusion en France l'an passé. Si vous les avez vu en concert, vous avez d'ailleurs pu constater que ce n'est pas quelqu'un de vraiment triste. Il a plusieurs cordes à son arc puisqu'il joue également, par exemple, de la flûte bansuri au sein d'un trio de musique indienne (Jugalbandi trio).
Tous les morceaux sont des compositions de Fabian Beghin qui semblent d'ailleurs davantage pensées pour ce type d'interprétation que par pure esthétique mélodique (3), certaines se prêtant bien à la danse (valses, scottische...).
Si j'ai fait référence en introduction au duo Oller-Yvert, c'est que tout comme les enregistrements de ces précurseurs, ce CD nécessite une première écoute attentive afin de se laisser séduire et de l'apprécier ensuite à sa juste valeur, l'idéal étant certainement une première écoute du duo en concert...
(1) les deux Florence bretonnes des Potes'Flor que je n'ai pas eu encore le loisir d'écouter et qui allient diato et chromatique boutons voir sur http://potesflor.free.fr/
Dans des formations plus étoffées, Marc Perrone a parfois marié son diato avec quelques maîtres du chromatique musette, il doit y avoir davantage de cas de ce genre mais pour l'instant je sèche...
(2) précision de Fabian Beghin : " l'harmonisation au chromatique dans ce projet se fait avec des basses, jouées à la main gauche, qui sont rarement les toniques des accords joués à la main droite. Cette écriture légitimise encore plus le choix d'un chromatique pour assurer ce rôle dans les compositions. Par ailleurs, j'ai ici souvent pensé la main gauche du chromatique comme une ligne de bassiste, indépendante de la main droite, envisagée dans le rôle d'une guitare "
(3) un peu dans l'esprit d'ailleurs de certaines de Motion Trio, le trio de chromatiques polonais

Het Luikse label Homerecords blijft in hoog tempo kwaliteits-cd's uitbrengen. Cryptonique is een ontmoeting tussen een chromatische (Fabian Beghin) en diatonische accordeonist (Didier Laloy).
Didier Laloy behoeft geen nadere introductie. Fabian Beghin leverde onlangs met Jugalbandi Trio nog een puike CD af (zie CD-recensies). In elf eigen composities laat het duo horen niet alleen over een fabelachtige techniek te beschikken, maar ook hebben ze een zeer brede kijk
op de muzikale wereld. Die techniek en dat brede zicht leveren composities op die o.a.geïnspireerd zijn op Indiase Raga's, Schotse- en Franse muziek, Balkanmuziek, klassieke Barokmuziek en zelfs alternatieve Pop. Ondanks die veelheid aan invloeden is er sprake van homogeniteit. Dat is het mooie aan deze CD. Al deze invloeden zijn als het ware verstopt in geniale arrangementen waarin de chromatische accordeon kracht uitstraalt en de diatonische accordeon voor dynamiek zorgt.
Fabian Beghin is een muzikant met een brede smaak. Zijn voorliefde voor de Indiase muziek vinden we terug in een paar composities. Opener Frost Waltz verbindt India en Europa. Het begin van het nummer is geschreven op de manier van een Indiase Raga Kirwani. Oorspronkelijk stamt deze Raga uit Zuid-India maar via het werk van o.a. Ravi Shankar geadopteerd en gepopulariseerd in Noord-India. Ook buitengewoon geschikt voor Westerse oren vanwege het lichte en romantische karakter en het gebruik van mineurklanken. Het is knap hoe het duo in Frost Waltz een ontmoeting tussen raga en wals tot stand brengt.
Ook voor The Drop putten Begin & Laloy uit de Indiase muziek. "Tihai" (of "Tiya") is een veelgebruikte ritmestructuur in de Indiase muziek, waarin door middel van ritmische en melodische herhaling van frases (3x) spanning wordt opgebouwd. Beghin is ook liefhebber van symfonische popmuziek. In het nummer Folkprog hebben de eerste hoge noten uit de accordeon wel iets weg van een oude synthesizer. In de begeleidende tekst bij het nummer verzucht hij hoe mooi het geweest zou zijn als twee, inmiddels overleden, musette- en swingaccordeonisten, Gus Viseur en Tony Murena, aan de zijde van Genesis of Robert Fripp op het podium hadden kunnen staan.
Het duo houdt wel van vreemde begeleidende teksten. Het zeer ritmische Seven, onmiskenbaar Bulgaars, wordt opgedragen aan alle traditionele Bulgaarse muzikanten die graag naar Pink Floyd luisteren. Half Round en November's March bevatten stijlkenmerken uit de Barokmuziek. Sterke contrasten (o.a. via meerstemmigheid), melodische versieringen en tempowisselingen kenmerken deze nummers. Die liefde voor Barokmuziek komt uit onverwachte hoek. De blinde New Yorkse straatmuzikant Moondog (Louis Hardin) is slechts bij insiders bekend maar was een groot muzikant. Die kon net zo goed uit de voeten met Middeleeuwse madrigalen als met minimal music (hij wordt door Philip Glass en Steve Reich ook als grondlegger van dat genre gezien). November's March bevat een prachtige canon waarin de twee accordeons elkaar, in tijd verschoven en in verschillende stemming, imiteren.
One more night in the train onstond in een Pakistaanse trein. Die trein had wat mij betreft ook door Louisiana kunnen rijden Door het begeleidend voetenwerk en rinkelende belletjes heeft de compositie wat cajun-achtigs.
Ondanks alle invloeden heeft deze CD niets gekunstelds. Er wordt vrij, subtiel en letterlijk grenzeloos gemusiceerd. Het duo is aan elkaar gewaagd en het is gelukkig geen "show off" geworden van vingervlugheid waarover beiden beschikken.
Verplichte kost voor liefhebbers en bespelers van de accordeon.

Fabian Beghin en Didier Laloy zijn twee grootmeesters op de accordeon. Fabien bespeelt een chromatische en Didier een diatonische. Doorheen de jaren hebben ze hun sporen verdiend in allerlei projecten en komen we ze tegen in diverse folkgroepen.
Didier Laloy is één van de kopstukken van Trio Trad, S-Tres en Panta Rhei. Hij is eveneens terug te vinden op cd's van Tref, Laïs, Ialma en Urban Trad. Fabian Beghin is accordeonist in het project Turlu Tursu, speelt Ierse fluit bij de groep Jugalbandi Trio en werkt mee aan voorstellingen van La compagnie Arts & Couleurs en La Cie du Funambule.
Kortom, deze jongens houden er een druk en gevarieerd muzikaal leven op na. De muziek die ze brengen heeft zijn roots in de vier uithoeken van het muzikale spectrum: balkan, Iers, Schots, Arabisch, Indisch, wals, mediterraans tot jazz, Belgische folk etc...
Op de cd Cryptonique schotelen ze ons het perfecte huwelijk voor tussen de chromatische en de diatonische accordeon. Elf instrumentale nummers waarin diverse muzikale folkgenres in elkaar verweven worden. De ene keer gaan ze zeer ingetogen te werk, de andere keer dynamisch. Ze zijn tevens heel avontuurlijk maar toch ook subtiel, met het oog voor de fijnste details. Zo horen we in opener Frost Walz zowel flarden Indische raga als de mediterrane origine van de accordeon. Andere prettig in het gehoor liggende nummers zijn One More Night On The Train en Folk Prog, waarop ze de authentieke accordeonsound koppelen aan een modern en progressief geluid, en de pure folk van Ambroise's Forest Party.
Dit avontuurlijke accordeonduo is een aanrader voor de liefhebbers van degelijke accordeonmuziek.

Fabian Beghin bespeelt de chromatische accordeon en Didier Laloy de diatonische harmonica. Twee instrumenten die speeltechnisch nogal van elkaar verschillen. Tijdens het spelen zoeken de beide Walen dan ook duideluijk naar elkaars muzikale grenzen.
Fabian Beghin is een multi-instrumentalist die veel in India heeft rondgereisd. De invloed daarvan hoor je in Frost Waltz duideluijk terug. Een deel van de titels is zowel in het Engels als het Frans, waarbij de Franse titels net iets pakkender zijn: Seven (1234567, mon oncle est marchand de gazettes) is een schitterende 7/16, opgedragen aan de traditionele Bulgaarse muzikanten, die luisteren naar Pink Floyd terwijl ze de "L'Avenir de Sofia" lezen. Lekkere dansmuziek, net als The two pennies waltz (la valse à deux balles). In The drop (la goutte qui fait déborder le nez) maakt Beghin via een solo op een Indiaas harmonium weer een uitstapje naar Noord-India.
Dat een harmonica niet alleen als melodie-instrument kan worden gebruikt maar dat er ook slagwerk op kan worden gespeeld, horen we tot slot in de barokke melodie November's March. Een cd met verrassende muziek, gespeeld door twee eigenzinnige muzikanten.

I've been trying to teach myself to play accordion lately, and trust me, it's every bit as difficult as it looks. The thing is roughly the size and weight of an anvil, controlling the bellows is a hit and miss proposition, and what the hell do all those mysterious buttons on the left do? This is why I marvel at people who can do fun, lyrical, adventurous, danceable things with this object that, in the wrong hands, can sound like what they're listening to in hell.
Belgian duo Beghin and Laloy take the accordion to new places on this excellent release. Beghin plays chromatic (piano) accordion and Laloy diatonic (button) accordion. The music here hints at Balkan or Celtic or jazz, but never lingers anywhere for long. Using restless, shifting rhythms and tonalities, they create something completely new out of old building blocks. "Ambroise's Forest Party" starts with a Doppler effect volume pulse and throws in a couple of breaths of the air button for emphasis. The aptly titled "Freaks, Out!" is a rock juggernaut full of what the pair describes as "polyrhythmies monstueuses." The contrapuntal "Half Round" is a quietly complex piece in which melodies weave in and around each other. There's a short, unexpected percussion break in "November's March," a piece with a stately rhythm and a bourdon pedal point.
The really delightful thing about this release is the fact that these inventive musicians never do the same thing twice. They have the skill and imagination to bring a new tonal and stylistic language to the instrument.

Een cd voor de echte balgliefhebber.
In Nederland is er een vreemd onderscheid tussen de accordeonwereld en de harmonicawereld. De accordeon is aan de ene kant inmiddels eindelijk geaccepteerd als volwaardig instrument, ook aan de conservatoria, maar heeft aan de andere kant nog altijd een hoog bruin café annex Kermisklantengehalte. Zo zijn er door het hele land accordeontrefdagen in rokerige zaaltjes, waar op het podium een drummer klaar zit om de accordeonsolisten te begeleiden. De harmonicawereld is kleiner maar sterk in de groei, en heeft soms kenmerken van een soort sekte, inclusief een eigen blad en eigen geheimtaal (speel je wel of niet met gedraaide vijfde tong?). Soms is er haat en nijd tussen de twee instrumenten: op veel harmonica-evenementen is de accordeon niet welkom.
De twee Belgische musici bewijzen op deze cd dat het onderscheid nergens voor nodig is. Hun instrumenten versmelten op wonderbaarlijke wijze tot één geheel, waardoor het zelfs voor de kenner soms lastig is te onderscheiden in welke passage welk instrument nu de hoofdmelodie heeft, of van welk instrument die spannende basbegeleiding komt. Want spannend is deze muziek: bijzondere ritmische patronen, aparte harmonieën, buitenissige ritmes. Waarbij het natuurlijk wel scheelt dat de harmonica van Didier Laloy meer mogelijkheden heeft dan de nog steeds meest gebruikte tweerijer: het Italiaanse instrument uit het atelier van Castagnari heeft drie rijen (waardoor het instrument volledig chromatisch is) en 18 bassen. Fabian Beghin geeft de altijd gedreven spelende Laloy uitstekend partij op zijn 120-basser van Hohner.
Geen muziek om bij weg te dromen voor de open haard, wel een muzikaal avontuur dat laat horen hoe veel er mogelijk is op deze balginstrumenten. Minder experimenteel dan de in het vorige Syncoopnieuws besproken tweede cd van Deux Accords Diront, maar minstens zo inspirerend.
Mark Benjamin

Samstag in er Kapelle von Lontzen-Busch
Eine Klangreise durch Zeit und Raum
Lontzen-Busch
Nur noch wenige freie Plätze gibt es für das zeitgenössische Konzert mit Didier Laloy und Fabian Beghin an diesem Samstag, 26. Mai, um 20 Uhr in der Kapelle von Lontzen-Busch.
Unter dem Motto "Accordion goes World Music" entführen die beiden belgischen Musiker das Publikum in faszinierende Klangwelten. Dass das Akkordeon mehr als nur des Schifferklavier oder der Begleiter der Musette-Walzer sein kann, beweist das Duo Laloy/Beghin auf eindruckvolle Art und Weise. Didier Laloy am diatonischen Akkordeon und Fabian Beghin am chromatischen Akkordeon gelten als wahre Meister ihres jeweiligen Instrumentes. In ihrem Programm mit dem geheimnisvollen Titel "Cryptonique" verbinden die beiden Akkordeonisten ihre Persönlichkeiten zu einer überraschenden Reise durch Zeit und Raum. Erinnerungen an die Barockära begegnen traditionellen Tänzen, Walzer und indische Ragas werden zu Vorlagen der originellen Kompositionen von Fabian Beghin.

Lontzen
Von Norbert Meyers
Neue Wege beschritt das OstbelgienFestival am Samstag in der Kapelle Lontzen-Busch unter dem Titel "Accordion goes worldmusic". Doch aus vielerlei Gründen schreit das "Experiment" regelrecht nach einer Neuauflage.
Worldmusic - bis dato eigentlich das Terrain von "Chudoscnik Sunergia" respektive des "Eupen Musik-Marathon". Und so versteht sich das Ostbelgien Festival mit seiner Exkursion in dieses Genre keineswegs als Konkurrenz, schließlich gehört der Folk seit den Anfängern von fünfzehn Jahren zum festen Bestandteil des Festivals. Eine Gattung, die bis dato jedoch allein im Rahmen der BRF-Liedernacht ihren Platz hatte, fand nun erstmals eine eigene Bühnen - in der Kapelle Lontzen-Busch, mit dem umjubelten Gastspiel von Didier Laloy und Fabian Beghin am chromatischen Akkordeon.
Laute Bravo
Sicher war die historische Kapelle - die bis dato allein als Bühne für barocke und klassische Klänge gedient hatte - als "location" recht ungewöhnlich für derartige Musik, doch die lauten Bravo und schrillen Pfiffe (der Begeisterung, wohlgemerkt) dürften kaum jemand verschreckt oder gar in seinen ethisch-religiösen Überzeugungen verletzt haben. Im Gegenteil: das Konzert stand als beredtes Beispiel für die gemeinsam empfundene Freude, ja sogar Fröhlichkeit, die ja gleichfalls in der Kirche er- und gelebt wird.
Es war eine Reise in eine verborgene, geheime Welt - überschrieben mit "Cryptonique" gemäß der aktuellen Produktion der beiden Künstler, die in den Eigenkompositionen von Fabian Begin einen Bogen spannten von Schottland bis Indien, von der Auvergne bis nach Ägypten, vom Balkan bis nach Irland. Überall hat der Komponist sein tiefschürfenden thematisch-akustischen Anregungen gefunden, die er alsdann für vier Hände und zwei Akkordeons zu Papier gebracht hat.
Dabei blieben die einzelnen Titel (die der Künstler selbst anmoderierte) bis auf wenige Ausnahmen im Grunde nichts sagend, sprach allein die Musik, die Fabian Beghin und Didier Laloy mit hoher Virtuosität und in blinder Harmonie "zelebrierten". Nur: droht da keine Langeweile, wenn zwei Musiker während siebzig Minuten allein auf zwei Akkordeons dialogisieren. Keinesfalls ! Ungeachtet der instrumental bescheidenen Bandbreite war das "Fingerfood", das die beiden servierten, überaus schmackhaft, da abwechslungsreich. Dank zweier Musiker, die sich als technisch versierte Multitalente erweisen nicht zuletzt auch sprachlich-komödiantisch mit mal hintergründigen, mal selbstironischen Überleitungen, die keinen Raum ließen für Sterilität, sondern der Spontaneität den roten Teppich ausrollen. Fabian Beghin und Didier Laloy nahmen alles überaus ernst, außer sich selbst. Weshalb die Musik irgendwie mit einem Augenzwinkern daher kam...
Zeitlose Modernität
Aus einem nicht nur geografisch, sondern auch zeitlich weit gefassten Spektrum stellte das Duo lebendige traditionelle Worldmusic vor, die - obwohl immer mit mindestens einem Fuß im Folkbereich verhaftet - oft stilistisch nahtlos mit Elementen aus Barock, Klassik und Jazz bis hin zu avantgardistischen Anklängen verbunden wurde.
Wenn dann noch leidenschaftlich improvisiert wird und Grove (mit punktgenauem Donnergrollen als akustisches Beiwerk) kein Fremdwort ist, so verwundert es nicht, wenn die beide "auf der Bühne" ebenso viel Spaß haben wie das Publikum in der bis in die letzte Ecke bestuhlten Kapelle.
Fabian Beghin und Didier Laloy (der sich mit seinem Projekt "Didier Laloy invite...s" beim "Eupen Musik Marathon" vor Jahresfrist ganz schnell eine seither ständig gewachsene Fangemeinde "erspielt" hat) präsentieren Musik, die tief verwurzelt ist in europäischen Traditionen, jedoch zugleich offen, frisch und wach wirkt. Eine Musik, die zeitlos und scheinbar ohne Mühe zwischen nostalgischen Eindrücken und modernem Lebensgefühl vermittelt. Schien am Anfang diese Kombination von modernen und alten Sounds vielleicht etwas ungewöhnlich, so wurde das Publikum sehr bald durch das intensive Spiel der beiden Musiker in diese temperamentvolle Musik förmlich hinein gesogen. Weshalb das Ende eigentlich viel zu früh kam. Aber wie heißt es so passend: Wiederhören macht Freude!
HINTERGRUND
Zwei Noten pro Knopf
Es war ein ebenso kurzweiliger wie aufschlussreiche Exkurs in die Geschichte des Akkordeons, das in seiner "klassischen" chromatischen Form (wie sie bei uns vielfach auch als Schifferklavier bekannt ist) erst seit rund hundert Jahren besteht. "Und damit mein Instrument verdrängt hat" wie Didier Laloy mit Blick auf sein diatonisches Akkordeon bedauerte. Ab 1826 fand das diatonische Akkordeon seinen Weg in die Musik, vorrangig von Wien aus, weshalb es auch oftmals unter der Bezeichnung "Wiener" kursiert (seine bekannteste Bauform ist übrigens heute die Steirische Harmonika).
Eine Renaissance erlebte des Handzuginstrumenten in seiner ursprünglichen Form mit dem ab den sechziger Jahren verstärkt aufkommenden Folk, wo es in vielen Kompositionen nicht nur das akustische Fundament bildet, sondern längst auch zu einem virtuosen Klangkörper aufgestiegen ist. Ein diatonisches Akkordeon besteht aus drei Teilen. Ein Faltenbalg befindet sich im Zentrum des Instruments. Er erzeugt die Luftbewegung, wenn das Instrument gedrückt (Balg zieht sich zusammen) oder auseinander gezogen (Balg dehnt sich aus) wird. Die rechte Hand des Spielers bewegt sich über eine Reihe von Knöpfen, die gemäß ihrer Position in Reihe und Spalte nummeriert sind. Jeder Knopf kann, wenn er gedrückt wird, zwei Noten generieren - eine, wenn der Balg zusammengedrückt wird, die andere, wen der Balg gestreckt wird.
Die linke Hand des Spielers kann eine andere Leiste von Knöpfen bedienen. Einige von ihnen spielen eine Akkord (mehrere Noten), einige andere nur eine einzelne Note genannt "Bass". Auch hier ändert wieder die Bewegung des Balgs die Höhe der gespielten Note(n). Jede Art eines Akkordeons kann eine andere Anzahl von Knöpfen haben und eine andere Stimmung (die gespielten Noten für jeden Knopf).

Ton's Musical Musings: Cryptonique at Sfinks
This year's edition of Sfinks (festival for world music just outside Antwerp) was number 29, making it one of the oldest of its kind. The program was a mixed bag with quite a few disappointments but also some remarkable highlights.
By far the most surprising of those was a magic performance by Cryptonique, the bellows duo of composer and accordion player Fabian Beghin and diatonic harmonica virtuoso Didier Laloy, both hailing from Wallony, the French speaking part of Belgium. I was already familiar with their repertoire from the excellent CD Cryptonique they released in 2006, but their spectacular live performance rendered that album bleak in comparison.
Aside from their playful and intense interaction, the show highlighted the differences between the chromatic accordion with its orchestral sound, and the bright, sparkling tone of the small diatonic instrument. When asked if ever envying the little squeeze box, Beghin smiled and said: "Not at all. But in my compositions for the two combined I try to make optimal use of the difference. My role is indeed that of the orchestra, with Didier as a soloist." It seems odd that musicians of this class are not yet international stars, so I asked them if the fact that they come from such a small country is an obstacle in finding world wide recognition. To my surprise Beghin replied that the real problem lies elsewhere: "You know, there are many great musicians everywhere. No shortage in that department. But good agents and bookers, on the other hand, are a rare breed."
Fortunately Cryptonique is supported by one of the most interesting record labels in the Benelux, Home Records in Liège.

Fabian Beghin & Didier Laloy, chromatic & diatonic accordion duet - Cryptonique - homerecords.be 4446025 **** [Distr. by Albany]:
Jean-Christophe Renault, piano & Didier Laloy, diatonic accordion - Hors-piste - homerecords.be 4446008 **** [Distr. by Albany]:
Two more fun albums from the unclassifiable Belgian label, these featuring the much-maligned squeezebox. An accordion duo is quite an unusual sound in the U.S., perhaps not so much in Europe. The one instrument being chromatic and the other diatonic makes for more interesting melodic improvisations. All 11 tunes are originals by the two accordionists and they mix French/Flemish folk, pop, rock, classical, jazz, you-name-it in a lighthearted and fun stew. The notes are only in French (you can’t see it but I just shrugged my shoulders).
The differences in the second CD are that the second keyboard instrument of the duo is a chromatic piano instead of a chromatic accordion, and all 11 tunes except one are by the pianist in the duo. That other one comes from Franz Schubert. This session seems a bit more staidly classical, though it has plenty of lighter humorous touches as well. For example "Les petits doigts Bulgares" (Little Bulgarian Fingers) exhibits a strong influence of folk music from the Balkans. The closest translation I could come up with for Hors-piste seems to refer to skiing off the standard tracks, and that's snow in the cover photo, so perhaps it fits in with the crossover nature of this disc (though attributing accuracy to Babel Fish's translations would be foolhardy)

These two Belgian masters weave real magic with just their two accordions. There is material here that sounds improvised, some that sounds composed, and some that sounds folky, like the opening number, a lovely waltz.
Recommended for accordion buffs and anyone else who wants to hear two brilliant instrumentalists at their best. The booklet includes notes on each selsction, but they're in French and there is no translation.

Achter de naam "Cryptonique" schuilen de Waalse accordeonisten Didier Laloy (Tref, Trio Trad) en de wat minder bekende Fabian Beghin (Jugalbandi Trio, Turlu Tursu). Hun cd is al weer een kleine twee jaar oud, maar ze presenteerden zich voornamelijk op de wat kleinere podia. Deze zomer waren ze echter op verschillende fesitivals te zien en kon een groter en breder publiek kennis met hun muziek maken. Op Dranouter lijken ze redelijk op hun plaats, maar ook op wereldmuziek-festival Sfinks bleek hun muziek het verrassend goed te doen.
Taalbarrières over en weer resulteerden in vreemd interview. Mijn Frans is niet te best, dus sprak ik Engels met Fabian die het Nederlands niet machtig is. Didier daarentegen spreekt prima Nederlands, maar zijn Engels is dan weer matig, dus met hem sprak ik Nederlands, en onderling hielden de Walen op het Frans.
Het overkomen van deze taalbarrières lijkt bijna symbolisch voor de muziek van de heren. Didier Laloy speelt namelijk diatonische en Fabian harmonische accordeon. De instrumenten hebben niet alleen een verschillende speeltechniek en dus een andere benadering, maar ook een verschillende klank. In een boeiend spel weten ze de instrumenten samen te brengen, maar ook elkaars tekorten op te vullen.
Fabian: "Ik zie de diatonische accordeon als een solist, hij is wat nerveus, maar het is tevens een instrument met een pakkend karakter. De chromatische accordeon is veel meer een orkest, met linkerhand voor de bassen en de rechterhand voor de harmonie." Didier speelt inderdaad vaker de lyrische, soms melancholieke melodieën, terwijl Fabian veel meer een soort 'groove' creëert. Maar de manier waarop de twee op onverwachte momenten ineens de rollen omdraaien en zo spelen met de klankkleur is fascinerend.
Fabian: "Ik wil altijd meer akkoorden toevoegen en Didier wil juist minder en minder spelen. Het grote pluspunt in dit project is de enorme dynamiek, van heel zacht tot een kolossale sound."
Wie de muziek beluistert hoort meteen dat de invloeden veel verder gaan dan folk, maar het is lastig er meteen de vinger op te leggen. Die geheimen worden pas na verschillende luisterbeurten prijsgegeven.
Fabian: "Folk is eigenlijk niet de echte basis van ons muziek. Ik ben beïnvloed door Indiase muziek, maar ook door Frank Zappa. Ik luister naar van alles en nog wat, dat heb ik altijd al gedaan en dat sijpelt allemaal door in de muziek die ik nu maak."
Een invloed die Fabian niet voor niets als eerste noemt is die van de Indiase muziek. Hij blijkt tevens bansuri te spelen, een Indiase bamboefluit, en is na India geweest om daarin lessen te volgen.
Fabian: "Mijn leraar daar waas eigenlijk een sitar-speler, maar door na te spelen wat hij me voorspeelde heb ik de bansuri leren spelen. In mijn andere groep Jugalbandi speel ik als bansuri-speler samen met een tablaspeler en een jazzpianist."
De Indiase muziek heeft echter ook op Cryptonique een grotere invloed dan je op het eerste gehoor zou zeggen.
Fabian: "Ik gebruik vaak het raga-systeem om melodieën te componeren. Ik improviseer een melodie, zet dat vervolgens in een bepaalde raga en gebruik een typisch Indiase melodieuze ontwikkeling. Daarna schrijf ik arrangementen rond deze melodieën. Door de harmonieën en groove zorg ik er uiteindelijk voor dat de nummers helemaal niet Indiaas klinken."
Het openingsnummer van de cd, "Frost Waltz", is een goed voorbeeld. Het begint met een vrij dominante drone en de melodie die zich daarboven ontwikkelt is in de Zuid-Indiase raga "Kirwani" geschreven. Didier laat de melodie langzaam opkomen en weer wegzakken in een ritmisch spel van Fabian met zijn bassen die bijna als een tabla klinken. Vervolgens wordt de melodie in een kaler arrangement nog eenmaal helemaal uitgewerkt. Ook ritmisch gebruikt Fabian nogal eens Indiase patronen.
Fabian: "Ik verwerkt bijvoorbeeld ook tihais in de muziek en dat is iets dat ik heb geleerd uit die muziek."
Een tihai is een ritmisch patroon dat een cyclus afsluit met een drievoudige herhaling. Het is traditioneel bedoeld als 'que' voor de muzikanten onderling, maar roept bij de geoefende luisteraar een soort muzikale spanning op.
Wie het duo op het podium bezig ziet valt niet alleen het grote enthousiasme op, maar ook hoe gemakkelijk de twee samen spelen. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik hoorde dat ze helemaal niet zo lang en intensief samen spelen;
Didier: "De cd is ons eerste samenwerking. We hebben een kleine week bij elkaar gezeten om repertoire voor een concert te maken en meteen maar op te nemen."
Fabian: "We waren uitgenodigd voor een gezamenlijk concert, bestaande uit twee optredens voor accordeon solo. Ik stelde voor om enkele duetten te schrijven voor de gelegenheid. Daar genoot ik zo van dat ik meteen maar 12 nummers schreef in 2 weken tijd. We vonden de stukken allebei erg goed, dus stelden we het voor aan de platenmaatschappij."
Didier: "Het resultaat van die opnamen zou bepalen of het een cd zou worden. Onze cd is due gemaakt, nog voor ons eerste optreden."
