03 Belovodia
04 Bohemers
06 Michigan
07 Nachtegaal
klein vogelijn
08 De legerman
11 De reiziger
13 Afscheid

Floes is een nieuwe vlaamse folkgroep rond Guido Piccard. Guido schaarde voor
dit project een aantal klasse-muzikanten als Philip Masure, Soetkin Collier,
Toon Van Mierlo en Silvie Moors rond hem.
Floes gaat op zoek naar Belovodia : land van hoop voor soldaten, Ijslandvaarders
en landverhuizers...
In poëtische liedjes bezingen Soetkin Collier en Silvie Moors de erbarmelijke
en Daensiaanse toestanden die heersten in het negentiende-eeuwse en begin twintigste-eeuwse
Vlaanderen.
Teksten van Guido Piccard worden muzikaal omgezet door Piccard, Philip Masure
en Toon Van Mierlo. Muziek om stil van te genieten, dan weer dansbaar.
Belovodia is een warm concert bij het haardvuur in de winter of een weerbarstig
onweer in het midden van de zomer. Floes brengt BELOVODIA, intiem begeleid
door een bijzondere film die de toehoorder onderdompelt in een vervlogen tijdsgeest.
Floes gaat voluit om uit te monden in een bitterzoet Thé Dansant.

Als haikuschrijver kan een mens veel putten uit de muziekwereld. Je leert een
oortje aan musici en meteen komen de beelden en emoties naar boven. Homerecords
uit Liège heeft wat dat betreft een uitstekende reputatie.
FLOES, een nieuwe Vlaamse folkgroep rond Guido Piccard, met Philip Masure (Urban
Trad, Comas, Flaherty), Soetkin Collier (Urban Trad), Sylvie Moors (Tjane)
en Toon Van Mierlo (EmBRUN, Göze en Naragonia) ! Dat is een mondvol uitstekende
namen die loepzuivere muziek aanreiken op zoek naar Belovodia, het mytische
land van hoop voor Ijslandvaarders, landverhuizers en soldaten. Het aanbod
is rijk en zeer poëtisch. Soetkin Collier en Silvie Moors hebben engelachtige
stemmen die innerlijk naklinken. Een mens voelt zo emoties opborrelen. Guido
Piccard weet bovendien duidelijk hoe een sprekende tekst neer te zetten.
Ook de muziek is raak, niet alleen door zijn verstillende klanken. Af en toe
klinkt alles zelfs dansbaar, waarbij ik niet denk aan de obligate klompen en
het gehos, wel aan verfijning. De musici krijgen veel speelruimte zodat niet
alleen de folkliefhebbers zullen glunderen...

Floes est un nouveau groupe folk flamand. Guido Piccard s'est entouré pour
ce projet d'une poignée de musiciens de talent comme Philip Masure, Soetkin
Collier, Toon Van Mierlo et Silvie Moors.
Floes part à la recherche de Belovodia, le pays de l'espoir pour les garçons
envoyés à la guerre contre leur gré, les expatriés et les marins bravant des
eaux déchaînées.
Soetkin Collier et Silvie Moors chantent les terribles conditions de l'époque
de Daens, en Flandre, au dix-neuvième siècle et au début du vingtième siècle.
Les textes très imagés sont l'oeuvre de Guido Piccard. Les compositions, assurées
par Guido, Philip Masure et Toon Van Mierlo se savourent en silence et puis
tour à tour en dansant.
Belovodia est à la fois un chaleureux concert au coin du feu, mais aussi un
orage d'enfer en plein milieu de l'été. BELOVODIA est accompagné d'un film
qui plonge le spectateur dans une époque révolue, pour aboutir à un thé dansant
doux-amer.

Via een gunstige wind belandde de nog zeer verse cd BELOVODIA van Floes in
mijn cd-speler. Het geluid is niet onverwacht, want we hebben 'De Vissersvrouw' reeds
gehoord op Jong Folk Fars!, maar nu krijgen we veel meer. Op één traditioneel
nummer en enkele muzikale flarden na zijn alle teksten en melodieën van Guido
Piccard. Guido vormt samen met Philip Masure (arrangementen en productie) de
ruggengraat van deze cd, een oerstevige structuur. Beide mannen zijn sinds 'webbesnaren' zo
perfect op elkaar ingespeeld, dat je vaak nog slechts één instrument hoort;
vergelijk het met de vierhandige gebroeders Kolacny.
Soms springt Guido er eens uit met een virtuoos rifje, dat kinderspel lijkt,
maar waarvan de kenners weten dat alleen Guido dit kan. Je moet zelfs goed
luisteren om te horen of het nu op cister of op hommel is.
Wat ik totnogtoe verteld heb is enkel maar de basis. Daarbovenop komen de prachtige
zangstemmen van Soetkin Collier en Silvie Moors, afgewisseld met de instrumentale
zang van Toon Van Mierlo op doedelzak,ken, accordeon en sax. Dit is kippenvelmuziek,
het heeft weinig zin om daar woorden over te schrijven, je moet het horen.
Woorden zijn er natuurlijk wel, zoals gezegd zijn die van Guido Piccard. En
dat is meteen het vreemde van deze cd. De melodieën klinken vertrouwd voor
wie de rijke klankenwereld van Guido wat kent, van bijvoorbeeld de thans onvindbare
bundel 'schudden aan de notenboom'. Dat Guido ook graag en veel teksten schrijft
is minder geweten. Net als in zijn melodieën vertrekt hij van een traditioneel
idioom, en brengt hij ons naadloos naar de 21ste eeuw, alsof dat helemaal normaal
is. Zijn uitgangspunt is blijkbaar dat menselijk leed van alle tijden is, want
de favoriete thema's zijn liefdesleed, oorlogsellende en gemis. Het is natuurlijk
waar dat mensen graag het leed van anderen horen en zien, kijk maar naar de
TV. Belovodia is een fictief ideaal land, de hemel op aarde, en de weg daar
naartoe zit vol met miserie, die voor ons draagbaar gemaakt wordt via prachtige
melodieën en stemmen.
Toch stelt zich de vraag of de aanpak van Guido (en Floes) niet vreemd is voor
deze tijd. Oorlogsellende en landverhuizersleed zien er in 2006 heel anders
uit dan in vorige eeuwen, en deze thema's vragen misschien ook een andere aanpak
om te kunnen spreken van levende traditie. Belovodia lijkt vooral op het verheerlijken
van een geïdealiseerd verleden, ondanks zijn miserie, en dat blijft een dubbelzinnige
boodschap op het ogenblik dat in ons land kerken bezet zijn door asielzoekers,
en onze para's in diverse landen terreinen bezetten om fanatieke legers uit
elkaar te houden. De uitdaging om nieuwe liederen in oude stijl te schrijven
is natuurlijk niet nieuw. De Geyter en Van Duyse hebben meer dan een eeuw geleden
een leuke voorzet gegeven met hun middeleeuws 'Kaerelslied', dat onder meer
door Rum vertolkt is. Naast enkele moderne akkoordreeksen herinnert alleen
Toon ons af en toe met enkele schitterende streepjes sax dat we in een andere
tijd leven. Je zou voor minder overboord gaan, zoals Toon doet op de achterflap
van het fraaie boekje. Het enige minpunt van dit boekje is de leesbaarheid
van de teksten, enkel te doen met zeer laag promillegehalte.
Als we echter de raad van Renaat (Van Craenenbroeck+) volgen: de boodschap
is dat er geen boodschap is dan is Belovodia puur genieten. En dat genieten
wordt nergens verstoord, want Floes heeft dit programma reeds vele malen gebracht
vooraleer in de studio te kruipen, het is gerijpt. Bovendien is de opname technische
perfect, wat niet bij alle nieuwe cd's het geval is.

Un nouveau groupe flamand réinvente Belovodia, le pays de l'espoir pour tous ceux qui rêvent d'un avenir meilleur que la guerre, la mer déchaînée ou le travail dans l'industrie au 19ème. Soetkin Collier et Silvie Moors chantent merveilleusement les textes imagés de Guido.

Je ne connaissais Guido Piccard que de nom, comme joueur d'épinette flamand (de Belgique). Ce n'est pas avec ce CD que je pourrai l'écouter à l'épinette puisqu'il n'y joue que du cistre façon un peu bouzouki irlandais .(il n'y a donc pas que dans le Nord que les joueurs d'épinette s'intéressent également au cistre...) mais il est surtout le compositeur et l'arrangeur de tous les morceaux de ce CD de chansons flamandes dont les couleurs oscillent assez entre celles des chansons irlandaises et celles des chansons scandinaves.
De Rum à Laïs, quelques groupes flamands ont su nous convaincre que leur langue peut être musicale malgré sa rudesse apparente, tout comme l'est le gaélique d'ailleurs. Soetkin Collier (l'une des deux chanteuses actuelles d'Urban Trad, celle qui n'avait pas participé à l'Eurovision) nous le prouve à nouveau et ce CD aurait presque pu sortir sous son nom tant sa voix y tient la place d'honneur, soutenue de temps à autre par celle de Silvie Moors. Elle retrouve également pour la soutenir le guitariste d'Urban Trad Philip Masure. Quant à Toon Van Mierlo il ajoute un peu de souffle à toutes ces cordes en assurant les parties d'accordéon, saxophone et cornemuse (un peu de uillean pipe et ce qui doit être, à l'oreille, une flamande mais qui, sur une plage, associée à la sonorité d'un saxo, produit une sonorité très uillean pipe).
La présentation du CD m'apprend que les textes de ces chansons "racontent les conditions misérables de l'époque de Daens au dix-neuvième siècle et début du vingtième siècle en Flandres." Mais comme je n'en ai pas les traductions, je me contente d'écouter sans comprendre et cela suffit déjà à me contenter...

Some of the older generation, will probably be the last to tell some child songs and stories orally over generations. From now on, in this internet and commercial media age, rules will become different. In this small bridging period what else that has been preserved from the past can be discovered through books and paintings. For some reasons, Breughel and lots of medieval art and the secrets on music which are lying behind them, are not being investigated much yet. From the books that have been preserved, (like "Antwerps Liedboek", 1544, used here), one must realize how the available sources were filtered for the public over 1000 years of Christianity, so only the most innocent folk songs are most easily to find. It is through such songs that some children before the '80s still grew up with and got an idea that there must have been a Flemish folk tradition. This area was one of the first birthplaces for an, of course, naïve imagining a form of what could be and what must have been Flemish folk. Secondly, the places where folk was practiced for the last 50 years were mostly Irish, so what became Flemish folk is an unrealistic vision, if we consider the real old days, but never the less it is a reality and became the fundament of today's visions.
Never the less, I am very glad how someone, like Guido Picard, who leads this project, had enough imagination to build up a musical concept in this area, and this with songs written and sung in Flemish. Lead singer Soetkin Collier, for me, is one of the best young folk voices, and I will always remember her sensitive Flemish sessions in my radioshow several years ago. She does not have the same personal rooted affection here, but she still has a very suitable and attractive voice for this music. (The introduction on "Afscheid/farewell" would have been nice and could have been sung by an old woman as well). The themes that return are firstly influenced by the idea how some changes, like the departure of leaving this place, would be seen through these aforementioned older people's eyes.
Secondly, there's the realisation how some ideas today, when living in a harbour town like Antwerp, might not have been too different in medieval times. I recognise personally very much the thought of how some people from this town want to leave ("landverhuizers"). In this context is the time that Antwerp was invaded by the Spanish, not too different from the way in which Western Europe is not stopped from a slowly consciously invasion by foreign countries and origins, that all thoroughly want to take it over here, before having had the time to slowly fuse and contribute and be adapted into the fundaments of the regions. Because all changes happen so fast, the number of failures to make true combinations grow, and the desires to take over control and take more rough profit grow, while the only people who recognise this, cannot stop these changes, also are the first who wants to leave.
The last few thoughts are not expressed in the album, (people who say these things are already generally considered as asocial and should be prosecuted as right wing), but the story I think still is the reality that caused the writing of some songs. Instead of leaving and reacting, the concept on the album became like escapism with desires to root back to times where everything was relatively new and there was also more naivety. The main theme of the album calls the land to grow to 'Belovodia', saying with it that although we sometimes tend to look for a better land elsewhere, the first place where we can find that comfort it is looking for the inner needs in ourselves.
Acoustic guitars are played by Philip Masure and Guido Picard. Second vocals are by Silvie Moors. Accompanying instruments are hummel, pipes and accordions, with darbuka by Jackie Moran on one track. The music fits well with the content I described, is of course rather traditional, and always suits the songs best.
Well done.

De groep Floes is een project van instrumentalist Guido Piccard. Deze vermaarde hommel-specialist hoeft, In België althans, geen nadere introductie. Veel Vlaamse groepen hebben al composities uit zijn pen op hun repertoire staan. Al jaren werkt hij samen met Philip Masure, de gitarist waarmee heel België samenspeelt. Toch heeft de combinatie Piccard/Masure iets heel speciaals, namelijk zeer verfijnd snarenspel Gezamenlijk brachten ze enkele jaren geleden een album uit met de toepasselijke titel Webbesnaren. Doordat Guido Piccard een aantal jaren in het buitenland verbleef, lag de samenwerking een tijd stil. De bijdrage aan het album van Comas, en een optreden met deze groep op Dranouter, waren de eerste tekens dat Piccard weer terug was.
Ik had een tijd geleden van Philip Masure al iets over Floes gehoord, maar het duurde tot dit jaar voordat de groep aan het voetlicht trad (o.a. op het afgelopen Folkwoods-festival).
Op papier kun je Floes een 'super-groep' noemen. Alle leden hebben hun sporen in de Vlaamse folkscène ruimschoots verdiend. Helaas kun je niet van alle supergroepen zeggen dat de som meer is dan de delen, maar Floes weet de verwachtingen meer dan in te lossen.
Floes is boven alles een snarengroep, maar de inbreng van Toon Van Mierlo op accordeon en vooral saxofoon en doedelzak brengt instrumentaal de nodige variatie aan. Van Mierlo heeft in het verleden al bewezen een zeer goede muzikant te zijn en ook zijn bijdragen binnen Floes mogen gehoord worden.
De prominente rol van de cister in Makeromarijntje doet me denken aan Wolverlei zo'n kleine dertig jaar geleden. De Sint Krispijn melodie (in het verleden al op plaat gezet door o.a. Rum en Wannes van der Velde) waarmee dit nummer eindigt, krijgt een ongekend strakke uitvoering met doedelzak, hommel en gitaar.
Ook vocaal zit het wel snor bij Floes. Soetkin Collier en Silvie Moors nemen beurtelings het voortouw, maar klinken samen misschien wel het mooist. In bijvoorbeeld Huizeken van steen harmoniëren hun stemmen op prachtige wijze. Het is fijn om Soetkin Collier eens in een akoestische setting te horen zingen, bij Urban Trad krijg ik altijd het gevoel dat ze vocaal enigszins ondersneeuwt in het instrumentale geweld.
In Bohemers, prachtig gezongen door Collier, wordt de groep bijgestaan door Jackie Moran (o.a. Comas) op darbuka, maar eigenlijk heeft dit nummer deze extra ritmiek niet eens nodig.
Het album eindigt met het slaapliedje Veertien engelen. Piccard leerde dit van zijn grootmoeder en ook in Nederland was/is het bekend. Rikkert Zuiderveld gebruikte de tekst jaren geleden al eens in het nummer De steen der wijzen (Atlantis 2) op het album De draad van Ariadne uit 1971. Piccard borduurt er nog een coupletje bij aan, zodat de engelbewaarder je ook de volgende dag nog in bescherming neemt.
Bij dergelijke teksten kun je anno 2006 je vraagtekens plaatsen. En dat gevoel zal menigeen hebben, wanneer je de teksten, in het overigens moeilijk leesbare boekje, doorneemt. Je hebt het gevoel dat het om oude, traditionele, teksten gaat. Niets is echter minder waar. Guido Piccard geeft aan dat hij de teksten voor het overgrote deel zelf geschreven heeft en geprobeerd heeft zich "naar best vermogen, in te leven in een aantal heel menselijke scènes uit verschillende historische periodes". Het is maar de vraag of dit oude taalgebruik het juiste medium is voor deze liederen. Ik heb daar m'n twijfels over, omdat de teksten in deze vorm eigenlijk contrasteren met de meer hedendaagse instrumentatie van de liederen. Ik zou dan ook graag van Guido willen weten waarom hij voor deze vorm heeft gekozen.
Blijft staande dat Floes een van de beste Vlaamse albums van het, bijna,afgelopen jaar op haar cv kan bijschrijven. Subliem instrumentaal spel, prachtige zang en, eerlijk is eerlijk, een aantal ijzersterke liederen.

Het eerste album van Floes bevat veertien nieuwe liederen, maar iedereen die niet beter weet, zou zweren dat het traditionals zijn. Dat heeft te maken met de stijl van de muziek, met de archaïsche taal van de teksten die zich op het verleden richten, en met de instrumentatie: onder meer een doedelzak, een hommel en even een darbouka kleuren de liederen in.
Vooral de teksten irriteerden me aanvankelijk, want er is grote nood aan een eigentijdse taal om het te belegen imago van de Vlaamse folk af te stoffen. Maar nadat je deze plaat meermaals beluisterd hebt, slijt die ergernis en begin je te snappen dat Guido Piccard, de bezieler van dit project, een mooi afgewerkt geheel wilde. Hij verzamelde een hele goeie band rond zich, met compagnon Philip Masure op gitaar, Toon Van Mierlo op accordeon, doedelzak en saxofoon, en de zangeressen Soetkin Collier en Silvie Moors, die meestal solo zingen, maar heel intens klinken als ze in harmonie samenkomen.
Piccard omschrijft de ontstaansgeschiedenis van de plaat als een spontane duik in het collectieve geheugen van de mensen. De teksten lijken terug te gaan in de geschiedenis, verschillende melodieën doen je meteen denken aan bepaalde tradities, en soms herken je een flard die écht uit een traditie komt ("Crispijn" duikt zo ineens op). Maar toch is het vooral een fantasie van een muzikant die al vele jaren gerijpt is in deze muziek.
Belovodia is geen plaat voor de mainstream, maar moet zijn weg vinden naar dat speciale publiek dat houdt van mooie melodieën, roots en rijpe muziek die vanuit het hart gemaakt is.

De echte Vlaamse Folk freaks zaten hier, na Labadoux en Na Fir Bolg al een tijdje op te wachten. Het debuut van een supergroep als Floes wekt terecht erg hoge verwachtingen en wat mij betreft, worden die allemaal ingelost.
De verzameling talent die Floes bevolkt is niet meteen de minste: Guido Piccard en Philip Masure zijn bij iedereen bekend en beliefd om hun snarenkunsten bij alles wat de jongste jaren enige betekenis heeft gehad in de Vlaamse folk. Silvie Moors, van Tjane en Soetkin Collier hebben stemmen waar de omschrijvingen 'hemels' en 'engelen' aardig bij passen. Toon van Mierlo ten slotte, werd bij velen een gezicht door zijn deelname aan Göze.
Op deze plaat vallen zijn bijdragen op sax en accordeon evenveel op als de stukjes doedelzak. Wat ik nu zo goed vind aan deze plaat? Dat is een beetje moeilijk om uit te leggen: muziek moet je namelijk horen, maar ik doe toch een poging.
Het land Belovodia (klinkt als het Beloofde Land), bestaat niet, ligt op geen enkele kaart, maar is wel waar de mensen allemaal willen komen. In de liedjes op deze plaat zijn dat mensen die in erbarmelijke omstandigheden (de visserij, de landbouw, de fabriek) leven en werken, die nooit oud kunnen worden vanwege te ziek op te jonge leeftijd.
Guido Piccard schreef op een paar traditionele lijnen na, alle nummers en wellicht zit daar het appel van deze plaat: dit zijn nieuw geschreven liederen over eeuwenoude thematieken. De arrangementen zijn van vandaag, maar klinken traditioneel.
Samengevat: dit is muziek van alle tijden, voortreffelijk gezongen en schitterend gespeeld. Voor iedereen die de folk van hier graag heeft, is dit simpelweg een onmisbare plaat. (DH)

Voor de groep Floes omringde Guido Piccard (die hier zelf de cister bespeelt) zich met een viertal gerenommeerde namen uit de Vlaamse folkscene: Soetkin Collier (zang), Silvie Moors (zang), Philip Masure (gitaar) en Toon van Mierlo (accordeon, sax, doedelzak).
De groep brengt door Guido Piccard geschreven Nederlandstalige liederen, aangevuld met enkele door hem op muziek gezette traditionele teksten. Floes hanteert een poetische benadering, waarbij de muziek dienstbaar is aan de tekst. Dat betekent dat de luisteraar niet vanzelf wordt meegenomen op de fraaie muzikale reis die wordt geboden. Je moet er moeite voor doen. De afwijkende ritmes, het vingervlugge spel en de bloemrijke teksten vereisen aandacht. Bij elke draaibeurt wordt de schoonheid van Belovodia duidelijker. De titel geeft de zoektocht in Vlaanderen aan, zo rond het eind van de negentiende eeuw, naar betere tijden voor soldaten, lotelingen, Ijslandvaarders, landverhuizers en wat dies meer zij. De stemmen van de twee zangeressen kleuren mooi samen, maar behouden toch hun eigen identiteit, waardoor ze om je aandacht strijden.
In het cd-boekje zijn alle teksten opgenomen, alsook een korte toelichting per nummer. Helaas is gekozen voor een wel heel erg kleine letter. Dat is dan ook het enige minpuntje. Floes geeft met Belovodia een fraai visitekaartje af, waarop het woord "aandacht" met hoofdletters is geschreven.

Délicate ambiance avec un son plutôt irlandais pour ce CD de chansons en néerlandais : cistre, épinette, guitares (Guido Piccard, qui signe l'essentiel des titres), accordéon, cornemuse, saxos (Toon Van Mierlo), et, bien sûr, les voix de Soetkin Collier, Silvie Moors et Philip Masure (également à la guitare).
Pas de traduction, hélas, pour les paroles qui ont l'air très belles. Voix suaves et élégantes, trames de cordes pincées et d'accordéon, et mélodies d'accordéon, de cornemuses ou à nouveau de cordes pincées.
Un régal plein de distinction pour ces chants et ballades de Flandre...

Vlaamse folk van de bovenste plank! Nieuwe teksten op nieuwe melodieën,
maar tegelijkertijd passend in een traditie van eeuwen. Neem alleen al
de thema's die aan de orde komen: emigratie (alleen al in Ierland en
Engeland zijn er honderden liederen over emigratie naar Amerika), de
aantrekkingskracht van zigeuners, in België ook wel Bohemers genoemd
(denk aan ons gebruik van Bohémiens), de vissersvrouw die in spanning
wacht of haar man veilig thuiskomt, de ellende van de oorlog, en
uiteraard de liefde, zelfs als die ondanks de inspanningen van een
Nachtegaal klein vogelijn mislukt.
Ik weet niet wat ik knapper vind: de prachtige teksten of de
aansprekende melodieën. Allemaal van de hand van Guido Picard (gitaar,
hommel en cister), die eerder in Nederland workshops leidde bij de
Stichting Volksmuziek Nederland. Soms maakt hij gebruik van oude
tekstfragmenten, soms geeft hij met heel simpele middelen prachtig
uiting aan de gevoelens van hoop en wanhoop van emigranten of een arme
weefster: ..soms doezel ik in dromen, naar verre einders heen, naar eten
en schoon kleren, en een huizeken van steen...
Mijn enige kritiek is dat deze prachtige teksten in het inlegboekje zo
slecht leesbaar zijn. Gelukkig is de cd zelf goed verstaanbaar. De
stemmen van Soetkin Collier en Silvie Moors klinken prachtig samen. Het
meest opvallend is misschien wel de 'renaissance' van de snaren. Waar de
afgelopen jaren moderne folkgroepen gebruik maakten van een veelheid aan
melodieinstrumenten, met vaak een prominente rol voor accordeon of
trekharmonica, daar zijn hier de gitaren, cister of hommel de basis. De
subtiele loopjes doen mij wat terugdenken aan de gouden tijden van
Wolverlei, maar de stuwende partijen van Philip Masure verraden aan de
andere kant ook zijn ervaring met de moderne interpretaties van de Ierse
muziek. Toon van Mierlo zorgt voor de bijzondere klankkleuren met
afwisselend saxofoon, doedelzak of trekharmonica. De groep is zeer
eclectisch: na een oude Vlaamse melodie klinkt er ineens een 7/8 maat
(de Bohemers) of een quasi Ierse jig.
Een absolute aanrader van een
Vlaamse supergroep!

Flemish group Floes recently hit the Belgian folk scene with this fine and really distinctive album of original and traditional music. Floes was founded by Guido Piccard. He plays cittern, hommel (Flemish dulcimer) and guitar; he also wrote most of these songs, displaying an outstanding gift for composing material with a very traditional feel. The band is completed by Soetkin Collier and Silvie Moors (vocalists), guitarist/vocalist Philip Masure (Comas), and accordionist, saxophonist and cornemuse (bagpipe) player Toon Van Mierlo. Jacky Moran plays darbuka on just one track. It's detailed, crisp, very melodious music and the female voices ooze warmth, depth and character.
The title track, Belovodia, is exquisitely beautiful, describing Belovodia as a kind of sanctuary, a place of hope for young men fighting war, for sailors enduring rough seas, or for refugees exiled from their homeland. Another song describes the awful working conditions of the Daens period in Flanders' history. This album's folk themes are absolutely universal. Here are tales of fishermen setting out to sea, mothers protecting daughters from bohemians, tales of emigration and longing to visit family overseas, and of the sadness and futility of war. Guido Piccard is writing new songs in an old style, and he's utterly convincing. Here's a rough translation from 'Bohemers' (Bohemians): 'Mothers keep your daughters inside/ Don't let them herd the cows/ Or start to make butter/ As long as that man is outside...'
Philip Masure provided some insight into the resurgence in the Flemish folk scene: 'Most folk music in Europe died at the time of industrialisation, with people working 6 days a week, 12 hours a day. So in Belgium not much folk-music survived the 20th century. It changed in the 70s when bands like Rum, De Vlier and 't Kliekske started the revival, and now there are hundreds of young folk bands here.'
If you enjoy hearing folk song sung in languages you're not familiar with, or exploring the wider traditional music cultures of the world, you will find this a real gem of an album.

Complaintes mélancoliques de femmes sevrées de leurs amours; de celles qui restent là, tandis que leurs hommes sont appelés au large.
Elles chantent l'espoir vain d'atteindre un jour une terre d'accueil; une patrie imaginaire qui les affranchirait de la lourdeur de leur quotidien.
Et dans leurs coeurs, elles rêvent, chantent et dansent; éprises qu'elles sont d'une liberté sans bornes.

The surrealistic Flemish-to-English translation of the homepage of Belgium's Floes evokes the Monty Python Hungarian phrasebook sketch, so don't trust my interpretation of the album's themes?
Floes is the brainchild of guitarist Philippe Masure, known to Celtic fans for his work with Comas. In the company of instrumentalists Guido Piccard and Toon Van Mierlo, and songstresses Soetkin Collier and Sylvie Moors, Masure and Floes recall "La Bottine Souriante" in that you can't find a genre to contain them. Belovodia recalls a Russian spiritualist twist on a Tantric Buddhist unfound Utopia. Masure, who wrote the album's consciously retro songs, uses the concept to suggest refuge for exiles of all sorts, and to comment on the need for Belgians to construct Belovodia at home instead of elsewhere.
At least, that's what I think is going on! The music, however, needs no translation. When Collier and Moors quicken their pace they conjure up the animated hijinks of Vätinnä, and the call-and-response singing on "De legerman" is as if Breton players collided with Québecois singers. Collier is a delight - her high tones tempered by deeper resonances lurking at the vocal edge. Piccard attacks the cittern like Brian McNeill and treats us to the hummel, a plucked Swedish zither analogous to a lap dulcimer, but with such a buzzy drone that "hummel" translates as "bumblebee". Van Mierlo is equally impressive; driving his saxophone into clarinet-like ranges one moment, and dropping down into soulful depths the next. He also squeezes out raucous accordion reels and is at the fore of reviving the "doedelzakken", the 16th Century Flemish bagpipe (usually in G) sometimes called Breughel pipes.
This energetic album ends with a lullaby, and you'll need it to cool down enough to find Belovodia.
